vrijdag 18 januari 2013

Rotatiesnelheid

Binnen de roosterergonomie is altijd aandacht voor de rotatierichting en de rotatiesnelheid. In een eerder blog artikel ben ik dieper ingegaan op de zin van voorwaarts roteren. Deze keer iets meer inzicht in de roosterergonomische regel om snel te roteren.

Twee aspecten. 
Het roosterkenmerk rotatiesnelheid kent twee aspecten:
- het aantal gelijksoortige diensten achtereen.
- het totaal aantal diensten achtereen tot de volgende vrije dag.

Afhankelijk van welk soort dienst het betreft, heeft de rotatiesnelheid consequenties voor het sociale leven en voor de biologische ritmiek. Veel onderzoekers zijn het er over eens dat snelle (twee à drie diensten van dezelfde soort achtereen) rotatie en gematigd snelle rotatie (drie à vier gelijksoortige diensten achtereen) in wisseldiensten beter is dan trage rotatie: beter weinig dan veel ritme verstorende diensten achterelkaar.

De gematigd tot snelle rotatie voorkomt dat het biologische ritme van de onregelmatige werker te sterk verstoord raakt aan het steeds veranderend patroon van werktijden. Het bioritme blijft dan zo goed mogelijk verankerd aan het gewone dag- en nachtritme.

Een ander voordeel is dat voorkomen wordt dat er tijdens de langere series nachtdiensten een groot slaaptekort wordt opgebouwd.

Tot slot betekent snelle rotatie dat er in iedere week minstens enkele vrije avonden zijn die kunnen worden besteed aan sociale of verenigingsactiviteiten.

Hersteltijd.
Hersteltijd tussen diensten en tussen reeksen van diensten is belangrijk om vermoeidheid en slaaptekort en de daaraan verbonden risico op ongelukken en fouten zoveel mogelijk te voorkomen. Een snelle rotatie kan daaraan positief bijdragen.

Onderstaande figuur laat de verschillen in veiligheidsrisico’s zien voor respectievelijk vier achtereenvolgende dagdiensten en voor vier achtereenvolgende nachtdiensten.

In alle gevallen kent de volgende dienst een hoger relatief risico dan de voorgaande dienst. Bij nachtdiensten neemt het risico echter harder toe dan bij dagdiensten! Opvallend is dat de spreidingsmaat (het kleine balkje, dit geeft de spreiding om het gemiddelde aan) wel laat zien dat er sprake is van individuele verschillen, maar dat de spreiding bij een volgende dienst niet verder toeneemt.

Toch spelen individuele verschillen een grote rol. Sommige werknemers hebben juist heel veel last van de dienstovergangen tussen bijvoorbeeld een vroege en een late of nachtdienst. Meer last nog dan van de bezwaarlijkheid van veel nachtdiensten na elkaar. Zij zullen dus toch eerder kiezen voor langzame rotatie, omdat er dan minder van die overgangen in het rooster zitten.

Ook een tweede relativering is op zijn plaats. In een snel voorwaarts roterend rooster, zoals vaak wordt aangeprezen als ergonomisch verantwoord, valt niet te ontkomen aan cumulatie van vermoeidheidseffecten. Onderstaande figuur laat een toename zien van relatieve risico’s. Het betreft hier een roosterreeks van 2 ochtend- 2 middagdiensten – 3 nachtdiensten.

Dit ondanks het feit dat tussen de tweede vroege en de eerste avonddienst, respectievelijk tussen de tweede avond en de eerste nachtdienst een herstelperiode van 24 uur zit.


Een rooster met lange dienstreeksen, gevolgd door lange perioden vrij, wordt door ploegenwerkers soms als prettig beschouwd, vooral vanuit sociaal perspectief. Zij gaan dan voorbij aan de cumulatieve effecten, zoals hierboven genoemd, en gebruiken de lange vrije periode om bijvoorbeeld te recreëren of te klussen. Echter de vermoeidheid die door die lange reeksen wordt opgebouwd, leidt in de aansluitende vrije dagen tot een langere herstelbehoefte. Na afloop van een nachtdienstperiode komt daar nog bij dat de ritme-aanpassing op zichzelf energie kost en dus vermoeiend is. Meetbare effecten hiervan zijn aangetoond tot vier dagen na de afloop van de nachtdienstperiode. De kwaliteit van deze langere periode voor ontspanning en de mogelijkheden ervan voor maatschappelijke activiteiten zijn dus gering.
Indien overigens de beoordeling los staat van de eigen situatie en het eigen rooster blijken werknemers in onregelmatige of ploegendienst wel degelijk lange dienstreeksen te herkennen als één van de meer bezwaarlijke roosterkenmerken.

Ook weer niet te snel!
Zeer snelle rotatie van het rooster moet er niet toe leiden dat het rooster door (zeer) frequent wisselen onregelmatig wordt. Deze zogenaamde dubbele onregelmatigheid heeft grote negatiieve gevolgen voor de afstemming tussen de werk en het sociale leven van de onregelmatige werker.
Dubbel onregelmatige roosters komen veel voor in de transportsector en in de gezondheidszorg. De voorspelbaarheid van deze roosters is, uitzonderingen daargelaten, vrijwel nihil. Plotselinge roosterwijzigingen, in deze sectoren niet ongebruikelijk, verergeren de situatie nog verder. Mogelijkheden om vooruit te plannen zijn noodzakelijk voor een normaal sociaal en gezinsleven.


Disclaimer:
FNV Bondgenoten kan niet aansprakelijk worden gesteld voor enige schade, in welke vorm dan ook, die voortvloeit uit informatie op deze website. Evenmin kan FNV Bondgenoten aansprakelijk worden gesteld voor enige schade die voortvloeit uit het gebruik, het onvermogen tot gebruik of de resultaten van het gebruik van informatie op deze site.
Alle informatie, voorbeelden en suggesties zijn samengesteld en geschreven met uiterste zorgvuldigheid. We kunnen echter niet garanderen dat alle informatie juist is.
FNV Bondgenoten is aansprakelijk voor de inhoud van door bezoekers geplaatste reacties. Reacties worden enkel op risico van de schrijver geplaatst. FNV Bondgenoten kan niet instaan noch aansprakelijk gesteld worden voor de inhoud van reacties.




woensdag 24 oktober 2012


PERSBERICHT

Utrecht, 24 oktober 2012

Vakbonden: Verplicht gemeenten tot meewegen werknemersbelangen bij verruiming aantal koopzondagen

Vandaag behandelt de Tweede Kamer het initiatiefwetsvoorstel van D66 en GroenLinks over aanpassing van de Winkeltijdenwet. Hierin pleiten de partijen ervoor dat de beslissingsbevoegdheid tot verruiming van het aantal koopzondagen volledig bij de gemeenten komt te liggen. Vakbonden FNV Bondgenoten, CNV Dienstenbond en RMU willen dat gemeenten bij wet verplicht blijven de werknemersbelangen mee te wegen en te borgen in hun besluit tot eventuele verruiming.

In de Winkeltijdenwet staat nu dat een gemeente over mag gaan tot verruiming van het aantal koopzondagen mits er sprake is van toerisme van substantiële omvang en de belangen van kleine winkeliers en van het winkelpersoneel bij de beslissing worden meegewogen. De voorgestelde wetswijziging zou een einde maken aan deze voorwaarden, en de gemeenten volledige vrijheid geven.

Uit onderzoek van de bonden blijkt dat werknemers in de detailhandel in overgrote meerderheid tegen verruiming van het aantal koopzondagen zijn. Ondanks het feit dat ze op grond van de Arbeidstijdenwet mogen weigeren, worden ze vaak verplicht tot het werken op zondag. Daarnaast tornen werkgevers steeds meer aan de toeslag voor het werken op zondag. De trend om vast personeel te vervangen door korte, tijdelijke contracten met laag loon en weinig zeggenschap wordt hiermee versterkt.

“Het wordt voor ons steeds moeilijker om met werkgevers in de detailhandel goede cao’s af te sluiten. Het gaat niet alleen om zeggenschap over de werktijden. Maar ook om de uitholling van de rechtpositie en de arbeidsvoorwaarden van winkelpersoneel. Wat ons betreft kan en mag werken op zondag alleen als werknemers dat zelf willen”, aldus de bonden. “Als werknemersbelangen niet meetellen komt hun positie steeds verder onder druk te staan. Daarom vinden we het belangrijk dat gemeenten worden verplicht de belangen van het winkelpersoneel mee te wegen en te borgen bij een mogelijk besluit tot uitbreiding van het aantal koopzondagen.”

FNV Bondgenoten, CNV Dienstenbond en RMU zetten zich al geruime tijd in voor het borgen van de werknemersbelangen bij de verruiming van het aantal koopzondagen. De gezamenlijke bonden gebruiken daarbij principiële, sociale, economische en maatschappelijke argumenten.


vrijdag 5 oktober 2012


Drieploegenroosters

Standaard drieploegenroosters  behoren zonder twijfel tot de zwaardere roosters ( zo niet het zwaarste) die in de Nederlandse industrie wordt toegepast.  Coen van Limborgh is arbeidstijden adviseur van het bureau Syntro. Aan de hand van een aantal voorbeelden van diverse soorten drie ploegendienst roosters voeren we een kort vraaggesprek.

Drie ploegendienst achterwaarts roterend.
Veelal kent het rooster ken een heel star patroon van steeds vijf gelijksoortige diensten op de doordeweekse dagen en vrije weekends.  Extra zwaar wordt een drieploegendienst dat achterwaarts roteert, van laat naar vroeg naar nacht. Achterwaartse rotatie vormt een extra belasting voor de biologische ritmiek.
De bedrijfstijd die door het rooster wordt gedekt bedraagt 120 uur per week en de arbeidsduur volgens rooster bedraagt 40 uur per week. De ADV-dagen worden in de praktijk waarschijnlijk gebruikt voor vakantie, hetgeen betekent dat dit rooster in de praktijk veelal onverkort wordt gedraaid.
De vijf vroege diensten op rij vormen een acceptabele belasting, hoewel veel drieploegenwerkers de vroege week als zwaar ervaren. Daarop volgt de echt zware week met vijf nachtdiensten aaneen. Het weekend na deze nachtweek is in de praktijk een puur herstelweekend: de dag/nachtritmiek is hevig verstoord en op maandag beginnen de werknemers nog maar matig hersteld aan de volgende werkweek; een werkweek met late diensten. Hier zit het motief voor een achterwaartse rotatie: op maandagochtend om 05:00 de wekker laten aflopen is een regelrechte “killer”. Ook al weten we dat voorwaartse rotatie beter is da achterwaartse rotatie, het drieploegenrooster zit zo vol, dat achterwaarts roteren de voorkeur heeft.

planning
Ma
Di
Wo
Do
Vr
Za
Zo
Week 1
L
L
L
L
L
-
-
Week 2
V
V
V
V
V
-
-
Week 3
N
N
N
N
N
-
-
V= 06.00 – 14.00 
L = 14.00 – 22.00
N = 22.00 – 06.00
geplande arbeidstijd 40 u/w

Drieploegendienst voorwaarts roterend met een andere aanvangstijd..
De voorwaartse variant sluit in beginsel beter aan bij de biologische ritmiek. Een andere verbetering kan gevonden worden in het wijzigen van de wisseltijden naar 7/15/23 uur. De vroege week wordt hierdoor minder zwaar, maar het sociale nadeel van het rooster neemt toe. Bovendien is in dit rooster het “killer-effect”van het volle rooster te zien: op zaterdagochtend om zeven uur komt de werknemer uit de laatste nachtdienst, “gesloopt” door vijf nachten werken. De zaterdag is slaapdag, de medewerker slaapt na de laatste nachtdienst tot ongeveer 12 uur. Hij is daardoor ’s avonds zo moe dat hij gelijk met zijn partner in slaap valt. Zondag is een slechte dag, door de nog sterk verstoorde biologische klok, en op maandag loopt de wekker al om zes uur ’s morgens af om op tijd de vroege dienst te laten werken.

planning
Ma
Di
Wo
Do
Vr
Za
Zo
Week 1
V
V
V
V
V
-
-
Week 2
L
L
L
L
L
-
-
Week 3
N
N
N
N
N
-
-
V= 07.00 – 15.00, 30 min. pauze
L = 15.00 – 23.00, 30 min. pauze
N = 23.00 – 07.00, 30 min. pauze
geplande arbeidstijd 40 u/w


Beide drieploegenroosters kennen een vrij weekend dat op zaterdagmorgen begint. Als het druk is wordt waarschijnlijk op zaterdag in de vroege dienst overgewerkt, dan wordt een zesde vroege dienst aan de vroege week gekoppeld, hetgeen een extra lichamelijke en bioritme-belasting oplevert. In tegenstelling tot de tweeploegendienst is het in het drieploegenrooster niet mogelijk om een snellere rotatie te bewerkstelligen; op enig moment ontstaat dan immers een situatie waar een nachtdienst wordt gevolgd door een vroege dienst, en dat is niet reëel (en bovendien verboden dooe de Arbeidstijdenwet).

Drieploegenroosters zonder nachtdiensten
Een alternatief voor drieploegenrooster met nachtdienst zijn roosters gebaseerd op onderstaand principe: vroege en late diensten, waarbij ook in het weekend wordt gewerkt. In dit voorbeeld is uitgegaan van diensten van 9 uur. Per week wordt 36 uur gewerkt. Als het drukker is kunnen de diensten worden verlengd of kan eventueel een dienst op zondag worden gedraaid, bijvoorbeeld een vroege dienst op zondag in week 2 of een late dienst op zondag in week 1 zoals in het voorbeeld eronder is afgebeeld. Zo kan elasticiteit in de inzet worden georganiseerd zonder ernstige verstoring van de biologische ritmiek.
Voorwaarde voor deze roosters is vanzelfsprekend dat het proces niet een lange aan-/aflooptijd kent.

planning
Ma
Di
Wo
Do
Vr
Za
Zo
Week 1
V
V
L
L
-
-
-
Week 2
L
L
-
-
V
V
-
Week 3
-
-
V
V
L
L
-
V= 06.00 – 15.00
L = 15.00 – 24.00
geplande arbeidstijd 36 u/w

planning
Ma
Di
Wo
Do
Vr
Za
Zo
Week 1
V
V
L
L
-
-
L
Week 2
L
L
-
-
V
V
V
Week 3
-
-
V
V
L
L
-
Geplande arbeidstijd 42 u/w (bij 9-urige diensten)



Interview met Coen van Limborgh werkzaam als adviseur bij Syntro.


  1. Zijn er cijfers hoeveel werknemers in Nederland in drieploegendiensten werken?
Voor zover ik weet wordt nergens centraal bijgehouden hoeveel werknemers in drieploegendienst werken. Uit CBS gegevens  weet ik dat ongeveer 9% van de beroepsbevolking werkt in een of andere vorm van ploegendienst, dat moet ruim een half miljoen werknemers zijn. Op basis daarvan denk ik dat het aantal werknemers in drieploegendienst zal liggen rond de 100.000.
  1. Hoe lang kunnen werknemers het werken in een drieploegendienst zonder schade volhouden? Welke klachten kun je krijgen van het werken in drie ploegendienst?
Voor mij is er geen twijfel dat de traditionele drieploegendienst een van de zwaarste, zo niet het zwaarste rooster is dat in de industrie op grote schaal wordt toegepast: 40 uur per week en steeds vijf diensten van dezelfde soort achter elkaar. Vijf vroege diensten in week 1, gevolgd door een week van vijf nachtdiensten. Ik vind dat wel heftig: vermoeidheid, een verstoord dag/nachtritme. En dat een half leven lang, dat is natuurlijk niet goed voor een mens. Slaapproblemen, maag-darmklachten,een verhoogde kans op hart- en vaatziekten, en een hoop chagrijn als het tegenzit. En toenemende problemen naarmate je ouder wordt, zonder twijfel.Toch kun je niet in zijn algemeenheid zeggen dat een loopbaan in drieploegendienst niet is vol te houden. Ik zie bijvoorbeeld bij bedrijfstijdverlenging naar de volcontinu dat echt niet iedereen staat te springen om van de drieploegendienst over te schakelen naar de vijfploegendienst.
  1. Is een drie ploegendienst wel veilig?
 Veiligheid is bij alle vormen van ploegendienst een issue, en dat ligt niet uitsluitend aan de nachtdienst. Ook bij de vroege dienst stap je meestal niet fit en uitgeslapen in de auto naar je werk, maar na de nachtdienst de ochtendspits inrijden, dat is dus een beetje als rijden met een paar borrels op. Je reactiesnelheid is dan echt minder.
  1. Waarom wordt er niet vaker gewerkt in een drieploegendienst zonder nachtdiensten?
Tja, een rooster met zeven dagen per week vroege en late diensten van 8½ uur levert een bedrijfstijd op van 119 uur per week en een rooster van 39,7 uur per week gemiddeld. Alleen moet je dan wel twee van de drie weekends werken, en weekendwerk, dat is meestal toch iets waar drieploegenwerkers zich echt niet op verheugen. Je kunt ook denken aan een rooster met 9-uurs vroege en late diensten maandag t/m zaterdag. Alle zondagen vrij, 36 uur per week.
We leggen toch met zijn allen veel gewicht op het vrije weekend en minder op de nachtdienst, ook in toeslagsystemen trouwens. Kennelijk kies je toch liever voor het sociale en gezinsleven dan voor je gezondheid.
  1. Gezien de effecten op de veiligheid en gezondheid, is het niet noodzakelijk dat we stoppen met het werken in de traditionele drieploegendiensten en is dat ook haalbaar volgens jou?
De keuze voor een bepaalde bedrijfstijd en rooster moet natuurlijk passen bij het werkproces in een organisatie. Als je bij het opstarten/staken van de productie te maken hebt met aan- en afloopverliezen, dan is het natuurlijk handiger om 5x24 uur aaneen te produceren dan 7x17 uur en iedere dat de aan- en afloopverliezen te moeten nemen.
Ik denk niet dat stoppen met de traditionele drieploegendienst haalbaar is, ik heb ook afgeleerd om daarin een soort zendelingenrol te willen vervullen. Wel geloof ik dat het altijd goed is om na te denken over optimalisatiemogelijkheden, zowel vanuit bedrijfsvoeringsoverwegingen als vanuit wat ik maar noem overwegingen van diversiteit: niet iedereen wil altijd hetzelfde. Je kunt als werkgever die diversiteit ook benutten door verschillende roostervarianten te stapelen, waardoor je misschien ook je bezetting wel mooier kunt laten aansluiten op je werkproces: diversiteit in werktijden betekent ook maatwerk in ploegendiensten!


Disclaimer:
FNV Bondgenoten kan niet aansprakelijk worden gesteld voor enige schade, in welke vorm dan ook, die voortvloeit uit informatie op deze website. Evenmin kan FNV Bondgenoten aansprakelijk worden gesteld voor enige schade die voortvloeit uit het gebruik, het onvermogen tot gebruik of de resultaten van het gebruik van informatie op deze site.
Alle informatie, voorbeelden en suggesties zijn samengesteld en geschreven met uiterste zorgvuldigheid. We kunnen echter niet garanderen dat alle informatie juist is.
FNV Bondgenoten is aansprakelijk voor de inhoud van door bezoekers geplaatste reacties. Reacties worden enkel op risico van de schrijver geplaatst. FNV Bondgenoten kan niet instaan noch aansprakelijk gesteld worden voor de inhoud van reacties.




vrijdag 24 augustus 2012

Inzoomen op Plus-Min Roosters.


De laatste jaren worden er in veel bedrijven flexregelingen afgesproken. Ze krijgen namen als flexbankregeling, jaarurenregeling, plus/minurenregeling ect.. De economische crisis lijkt de behoefte aan dergelijke flexregelingen alleen maar verder te hebben aangewakkerd.


Slimmer Werken/Plus-Min roosters

Slimmer Werken vertaalt zich in roosters waarin de werktijd wordt verlengd tijdens perioden met een hoge werklast. De vaste personeelsbezetting is dan volgens rooster vaker en/of langer aanwezig. Aan de andere kant wordt de werktijd verlaagd tijdens een vermindering van de werklast.

Slimmer Werkenroosters verdelen de vaste personeelsbezetting beter over de variatie in werklast. Overwerken en de inzet van uitzendkrachten tijdens drukke perioden is minder noodzakelijk. De gemiddelde arbeidsduur blijft wel op hetzelfde niveau als voorheen.

De gemiddelde arbeidsduur wordt veelal op jaarbasis berekend. Dat kan op verschillende manieren:
-          Via een jaarurennorm, dus door het aantal uren dat de fulltime werknemer op jaarbasis werkt vast te leggen.
-          Via een plus-minurensysteem, dus door over een langere periode (meestal een jaar) de meer en minder dan de normale wekelijkse arbeidsduur gewerkte uren bij te houden en tegen elkaar weg te strepen. Er zijn vele varianten. Systemen verschillen in hoe lang een saldo mag blijven staan of hoeveel plus-/minuren opgebouwd mogen worden. Vaak zijn in de cao al mogelijkheden opgenomen om plus- en minurenregelingen op bedrijfsniveau uit te werken. Een waarschuwing is op z’n plaats: een plus-/minurenregeling kan  in de praktijk gebruikt worden om te besparen op de kosten voor overuren. Extra gewerkte uren zijn overuren, maar worden nu plusuren. De overurentoeslag of toeslag voor afwijkend werk mag daarbij niet verdwijnen!
-          Via een combinatie van beide.

Waarom wil de werkgever dit?
Slimmer Werken/Plus-Min roosters hebben een positief effect op de kosten. Eigenlijk is het heel simpel. De bezetting wordt beter afgestemd op de pieken en dalen. Daarmee verdwijnen overuren en leegloopuren. Met name het afbouwen van leegloopuren levert geld op! De werkgever maakt dan geen kosten meer voor werknemers die wel aanwezig zijn maar eigenlijk te weinig werk hebben. Ook de afbouw van het aantal overuren is natuurlijk zeer aantrekkelijk voor de werkgever.

Waarom wil de werknemer dit?
Tja, meestal zijn er heel weinig voordelen te ontdekken in slimmer Werken/Plus-min roosters. Harder (en meer) werken tijdens drukke en rustige perioden, verlies van overurentoeslag, meer onregelmatigheid in het rooster, verlies van werkgelegenheid omdat het bedrijf dezelfde bedrijfstijd met minder mensen kan afdekken.

Door een goed gerichte strategie kunnen echter wel voordelen binnen gehaald worden.

Doe een voorstudie naar de eisen en wensen van werknemers!
In de ontwerpfase van Slimmer Werken/ Plus-Min roosters is een voorstudie naar de oordelen, knelpunten, eisen en wensen van werknemers ten aanzien van hun werktijden en de optimale combinatie van werk en privé, van groot belang. Te vaak wordt bij het ontwerpen van roosteralternatieven alleen gekeken naar de belangen van de werkgever. Door middel van een voorstudie kunnen de eisen en wensen van werknemers scherp in kaart gebracht worden en als gelijkwaardig belang bij het ontwerpen van een rooster worden betrokken. Deze voorstudie wordt gelijktijdig met de werklastanalyse uitgevoerd. Beide liggen aan de basis voor het ontwerpen van een nieuw rooster.

Voorwaarden bij Slimmer Werken/ Plus-Min roosters:
A.     Maak afspraken over de zeggenschap van werknemers over hun werktijden. De nieuwe roosters kunnen voor werknemers een kans zijn om werk en privé beter op elkaar af te stemmen. Werkgevers zien dit vaak niet als prioriteit. Als werknemers zelf ook invloed kunnen hebben op de momenten waarop gewerkt wordt, voelt de werkgever dit meestal als een verlies. De beschikbaarheid van de werknemer wordt bij uitbreiding van zeggenschap immers beperkt. Zie voor uitwerking hiervan de volgende paragraaf.
B.     De werktijden dienen altijd via vooraf afgesproken roosters te worden vormgegeven, zodat duidelijk is waarvan afgeweken wordt en welke grenzen vervolgens van toepassing zijn. Vooraf moet dus duidelijk zijn hoe er in piekperiodes wordt gewerkt, en hoe in dalperiodes. Or en pvt hebben instemmingsrecht op deze roosters. Het mag dus niet door ad hoc maatregelen en afspraken.
C.     Maak afspraken over de bandbreedte waarbinnen de maximale en minimale werkweek zich moet bewegen. Er zijn diverse voorbeelden denkbaar:
-          Maximaal 45 uur per week gedurende maximaal 13 weken per jaar.
-          Gedurende één aaneengesloten periode van 13 weken per jaar mag de gemiddelde werkweek stijgen. In dit model gelden de volgende grenzen:
o    voor 2- en 3-ploegendiensten maximaal gemiddeld 40 uur per week;
o    voor 5-ploegendiensten gemiddeld maximaal 36 uur per week;
-          Gedurende een totaal van 13 weken per jaar extra diensten boven rooster invullen. Per week niet meer dan 1 dienst extra, aansluitend aan een reeks. Het inplannen van een extra nachtdienst is niet toegestaan.
-          Compensatie van te veel gewerkte uren volgens een voorkeur:
1.   direct volgend na lange werkweken;
2.   binnen de cyclus van het rooster;
3.   in ieder geval binnen 13 weken.
-          Een week langer gewerkt dan normaal, dan onmiddellijk compenseren met een kortere werkweek. Of als er een aantal weken langer is gewerkt onmiddellijk compenseren met een periode waarin er gemiddeld minder wordt gewerkt.
-          Per 13 weken altijd gemiddeld 38 uur werken.
-          Maximale werktijd 45 uur per week, minimale werktijd 32 uur per week. Gemiddeld op jaarbasis 38 uur
D.     Spreek ergonomische en sociale roostervuistregels af voor het inroosteren van plus- en minuren. Bijvoorbeeld:
-          maximaal 4 nachtdiensten aaneengesloten;
-          geen uitbreiding van de bedrijfstijd in de nacht als dat betekent dat mensen meer nachtdiensten moeten gaan werken. In zulke gevallen overschakelen naar meer personeel of een extra ploeg;
-          uitbreiding van de bedrijfstijd in het weekend beperken en met zo min mogelijk negatieve gevolgen voor de werknemers. Extra gewerkt in het weekend dan bijvoorbeeld compenseren door een extra vrije weekenddag.
E.      Roosterwijziging ruimschoots (liefst 28 dagen) van tevoren bekend maken.
F.      Vast periodeloon (waaronder inkomen bij ziekte en vakantie).
G.     Heldere systematiek waarmee plus- en minuren verrekend worden Een eenvoudig systeem met enkel de mogelijkheid van een positief urensaldo, verdient de voorkeur. Een negatief urensaldo is dan altijd voor rekening van de werkgever.
H.     Goede registratie van min- en meeruren, met het recht van de werknemer op inzage te allen tijde, en regelmatig overzicht van de saldo voor bond en/of OR/PVT.
I.        Maak een afspraak over de periode waarover afrekening van plus-/minuren plaatsvindt. Bij voorkeur per kwartaal, maar minimaal één keer afrekenen per jaar. Er is dan feitelijk sprake van een jaarurennorm . Soms wordt dan afgesproken dat een aantal plusuren meegenomen kan worden in de volgende periode. Daar zijn we niet voor. Minuren zijn altijd het leegloop risico van de werkgever.
J.       Het is niet verstandig om ADV-/roostervrije uren in het saldo in te brengen. Daarvoor zijn deze uren niet bedoeld. Werknemers kunnen bovendien de zeggenschap over de opname van deze dagen verliezen.
K.    Heldere definitie van overwerk. Overwerk is te definiëren als werken boven het aantal uren volgens rooster (dat kan dus een rooster met meer uren zijn of met minder uren); of als uren boven een vaststaand aantal per week. Bedenk dat een andere definitie van overwerk ten koste kan gaan het recht op toeslag voor overwerk of afwijkende werktijd in situaties waarin dat recht er voorheen wel was. In dat geval moet daar dus een compensatie voor afgesproken worden.
L.      Het systeem heeft geen effect op de opbouw van vakantie. Bij de opname van vakantie wordt het aantal uren afgeboekt dat volgens rooster op die dag zou worden gewerkt. Als de piek in de zomerperiode valt is dat ongunstig voor de werknemers, immers zij zullen in de regel meer uren van hun vakantietegoed moeten afschrijven. Dit kan reden zijn om ook hiervoor een stukje compensatie te vragen. Voorbeeld: 3 weken vakantie opnemen in een 5x9 periode betekent 15 uur extra vakantie-uren afschrijven. Dan is 5 tot 10 uur compensatie te rechtvaardigen, immers eventuele voordeel in  dalperiode van max. 10 uur zijn, uitgaande van 25 vakantiedagen.
M.   Bij ziekte moet het systeem neutraal uitwerken. Dat betekent dat tijdens ziekte geen uren van de urenbank worden opgebouwd of afgeschreven
N.    Spreek uitzonderingsbepalingen af voor ouderen en werknemers die vanwege lichamelijke of sociale (werk en privé) redenen niet mee kunnen in het flexibele systeem: vrijstelling of vrijwilligheid.   
O.    Extra flexibiliteit van de werktijd van werknemers moet ook ten voordele van de mensen komen. Bijvoorbeeld door korter te gaan werken. Uitgangspunt is dat minimaal de eventuele gevolgen voor de overwerkvergoeding worden gerepareerd of gecompenseerd. Maar de verdiensten voor de werkgever, vooral gelegen in het verminderen van leegloop, zijn veel groter. Dus is er onderhandelingsruimte t.b.v. de voordelen voor werknemers. Dat kan in verschillende vormen worden gegoten. Zie verderop in dit stuk.
P.      Spreek een proefperiode af van een half jaar of een jaar, waarna het systeem wordt geëvalueerd en zonodig wordt bijgesteld. Zorg ervoor dat de afspraak zo is gemaakt dat het systeem stopt tenzij verlenging wordt overeengekomen.
Q.    Let op sluipende bedrijfstijdverlenging (dat is het geval bij almaar stijgend aantal plusuren). In dat geval moet worden overgegaan op een ‘hoger’ ploegendienstrooster.

Basisvoorwaarden voor Succes.
De analyse van het werkaanbod, de regels waarbinnen de roosters ontwikkeld mogen worden én de kwaliteit van het arbeidstijdenmanagement zijn basisvoorwaarden. Zij bepalen de speelruimte in het bedrijf. Bedrijven met een zwakke reputatie op dit gebied zijn eigenlijk niet geschikt voor Slimmer Werkenroosters. De speelruimte voor flexibele roosters moet dan zo beperkt mogelijk worden gemaakt.
Bij Slimmer Werken moet altijd worden afgewogen hoe de variërende bedrijfstijd anders kan worden opgevangen dan door de roosters te variëren. Denk daarbij aan: extra mensen in dienst, combineren van verschillende soorten ploegendiensten en/of inzetten van deeltijdcontracten, technologische aanpassingen (bijvoorbeeld inbouwen van buffers om slappe en drukke tijden op te vangen, et cetera.).

Nogmaals, een goed arbeidstijdenmanagement is onontbeerlijk om bij Slimmer Werkenprocessen een passend rooster te ontwerpen dat voldoet aan de moderne ergonomische en sociale eisen. Er moet eerst op bedrijfsniveau worden overlegd voordat wordt overgegaan op het toepassen van een plus-/minurenregeling.
Flexibiliteit kan immers op meer manieren worden opgevangen. Overwerk is een eenvoudige methode. Een aanpassing van het reguliere rooster kan soms al voldoende bijdragen. Zaken die aan de orde moeten komen zijn bijvoorbeeld:
-          analyse werkaanbod;
-          inventarisatie wensen en voorkeuren werknemers;
-          vaststellen bezettingseisen;
-          vaststellen bruto/netto en reservebezetting;
-          roosterontwerp;
-          collectieve en individuele zeggenschap over het rooster.


Disclaimer:
FNV Bondgenoten kan niet aansprakelijk worden gesteld voor enige schade, in welke vorm dan ook, die voortvloeit uit informatie op deze website. Evenmin kan FNV Bondgenoten aansprakelijk worden gesteld voor enige schade die voortvloeit uit het gebruik, het onvermogen tot gebruik of de resultaten van het gebruik van informatie op deze site.
Alle informatie, voorbeelden en suggesties zijn samengesteld en geschreven met uiterste zorgvuldigheid. We kunnen echter niet garanderen dat alle informatie juist is.
FNV Bondgenoten is aansprakelijk voor de inhoud van door bezoekers geplaatste reacties. Reacties worden enkel op risico van de schrijver geplaatst. FNV Bondgenoten kan niet instaan noch aansprakelijk gesteld worden voor de inhoud van reacties.

dinsdag 26 juni 2012

IN DE NACHT IS DE KANTINE DICHT.

Goed en verstandig eten tijdens de nachtdienst is van groot belang. Nachtwerkers hebben last van afnemende alertheid door slaperigheid. En ze lopen meer risico op gezondheidsklachten zoals overgewicht en diabetes 2. Goede voeding tijdens de nacht kan beide problemen verminderen. Uit een steekproef onder nachtwerkers blijkt echter dat bijna driekwart van de kantines in Nederlandse bedrijven ’s nachts dicht is. Een basisvoorwaarde om gezond en goed tijdens de nacht te eten ontbreekt dus in de meeste bedrijven.

Wat is het probleem?
Het menselijk bioritme is ingericht op activiteit tijdens de dag en rust tijdens de nacht. Dit ritme zien we terug in allerlei fysiologische processen en wordt vooral aangestuurd door blootstelling aan daglicht. De hartslag en lichaamstemperatuur is tijdens de nacht lager. Allerlei processen die te maken hebben met spijsvertering staan in de nachtdienst op een laag pitje.

De verstoring van het bioritme heeft onmiddellijke gevolgen voor de veiligheid tijdens de nachtdienst. Uit testen blijkt keer op keer dat de alertheid van nachtwerkers lager is dan tijdens de dagdienst. Er is zelfs een aanzienlijk dip rond 3, 4 uur ’s nachts. De alertheid van een nachtwerker die zijn eerste nachtdienst beëindigt is te vergelijken met de alertheid van iemand die 3 tot 4 glazen bier heeft gedronken.

Langdurig in nachtdienst werken veroorzaakt bovendien ernstige gezondheidproblemen. Nachtwerkers eten op momenten dat de spijsvertering nagenoeg stil ligt. Bovendien wordt zelden de samenstelling van de voeding aangepast op het dienstrooster of worden er ronduit ongezonde maaltijden genuttigd. Meer dan de helft van de ploegendienstwerkers kampt met overgewicht tegenover ongeveer een derde bij hun dagdienstcollega’s.

Wat is de oplossing?
Door middel van een andere samenstelling van de voeding tijdens de nacht én een uitgekiende strategie wanneer je wat eet, zijn zowel de alertheid als de gezondheidsklachten te verbeteren. De aanpak is heel simpel; tijdens het begin van de nachtdiensten eet je vooral eiwitten en aan het einde van de dienst kunnen meer koolhydraten gegeten worden. Met andere woorden: vooral verse soep, salades zonder koolhydraten (geen pasta of aardappelen) en eventueel koolhydratenarm brood. En niet al teveel koffie of energiedranken omdat daarmee het inslapen na de nachtdienst slechter gaat.

Onderzoek naar kantine faciliteiten.
FNV Bondgenoten heeft in een korte internetenquête onderzocht hoe het staat met de huidige kantine faciliteiten en het aangeboden voedsel tijdens de nacht. De resultaten zijn verontrustend. Kantines zijn voor het merendeel dicht tijdens de nacht en het weekend. En als er voeding beschikbaar wordt gesteld, dan is deze slecht afgestemd op de bijzondere omstandigheden van de nachtdienst.

In het onderzoek hebben 169 mensen een korte enquête ingevuld, De meesten werken in de proces- en voedingsindustrie in de metalektro en het personenvervoer. Bij 90% van de deelnemende bedrijven is er een bedrijfskantine. Maar driekwart van deze kantines zijn na 20:00 uur gesloten en gaan pas weer open rond 10:00 uur de volgende dag. Tweederde van de kantines is ook dicht tijdens de weekenddiensten.

Tijdens de nachtdienst biedt een klein deel van de bedrijven avond- of afhaalmaaltijden aan. Slechts in 18% van de deelnemende bedrijven is dit het geval. Veelal betreft het dan maaltijden met aardappelen, groenten, vlees en/of pasta’s.


In de bedrijven waar geen kantinefaciliteiten aanwezig zijn, nemen nachtwerkers vooral brood (96%) en fruit (67%) mee van huis.

Positief is dat een groot deel van de bedrijven wel een automaat heeft staan met etenswaren. In meer dan 85% van de deelnemende bedrijven staat zo’n apparaat. Het aanbod is echter totaal niet afgestemd op het verstoorde bioritme van de nachtwerker.


Belangrijkste conclusie.
Deze kleine enquête bevestigt wat we al weten uit onze dagelijkse gesprekken met nachtwerkers over hun arbeidsomstandigheden. Er valt nog heel wat de verbeteren in de Nederlandse bedrijfskantine.

Wat te doen? Een kantine protocol afspreken!
FNV Bondgenoten stelt voor om in bedrijven met nachtdiensten werk te maken van de kantinefaciliteiten. Vakbondskadergroepen en ondernemingsraden kunnen daarvoor een eenvoudig protocol gebruiken en afspreken met de werkgever.
  1. De werkgever stelt bij voorkeur de bedrijfskantine tijdens het nachtvenster open maar draagt minimaal zorg voor het aanbieden van kantinefaciliteiten om gezond en slim te eten tijdens de nachtdienst.
  2. De werkgever licht de nachtwerkers voor over de risico’s van het werken in de nacht en verspreidt kennis hoe gezonde en slimme voeding tijdens de nacht kan bijdragen aan een betere alertheid en een gezondere levensstijl.
  3. De werkgever biedt gezonde en slimme voeding tijdens de nacht aan. Verse soep, salades en koolhydratenarm brood. Bij voorkeur gratis maar in ieder geval goedkoper dan andere maaltijden.

Uit onderzoek van o.a. dr. Alexander van Eekelen (consultant Circadian Nehterlands) in zes Nederlandse ziekenhuizen blijkt een verandering van het eetpatroon tijdens de nacht al zeer snel tot positieve effecten te leiden.

“De resultaten laten zien dat vanaf de conditie Blokje van twee nachtdiensten de vermoeidheid van medewerkers met aangepaste voeding in de nachtdienst significant – zo’n 10% – lager ligt ten opzichte van controlepersonen. Ook in de conditie Blokje van drie nachtdiensten is dit effect te zien waarbij de gemiddelde daling in vermoeidheid iets meer dan 16% bedraagt en deze in de derde nachtdienst kan oplopen tot meer dan 26%. Uit de effectmeting blijkt dat aangepaste voeding tijdens de nachtdienst een gunstig effect heeft op de kwaliteit van de dagslaap en enkele aspecten van gezondheid, zoals een vermindering in hoofdpijn- en vermoeidheidsklachten.”  

In het onderstaande filmpje licht Van Eekelen toe wat hij verwacht van een open bedrijfskantine.

Alle resultaten van de kantineenquête zijn hier te downloaden.

Disclaimer:
FNV Bondgenoten kan niet aansprakelijk worden gesteld voor enige schade, in welke vorm dan ook, die voortvloeit uit informatie op deze website. Evenmin kan FNV Bondgenoten aansprakelijk worden gesteld voor enige schade die voortvloeit uit het gebruik, het onvermogen tot gebruik of de resultaten van het gebruik van informatie op deze site.
Alle informatie, voorbeelden en suggesties zijn samengesteld en geschreven met uiterste zorgvuldigheid. We kunnen echter niet garanderen dat alle informatie juist is.
FNV Bondgenoten is aansprakelijk voor de inhoud van door bezoekers geplaatste reacties. Reacties worden enkel op risico van de schrijver geplaatst. FNV Bondgenoten kan niet instaan noch aansprakelijk gesteld worden voor de inhoud van reacties.