donderdag 16 februari 2012

Tool voor het berekenen van de bruto bezetting

Regelmatig krijgt het team arbeidstijden vragen over de bezetting.  Hoeveel mensen hebben we op een lijn of afdeling nodig? Dat is ingewikkeld.

We kunnen twee berekeningswijzen. Voor standaardrooster wordt gerekend met een zogenaamde bruto-netto factor. Bij maatwerkroosters wordt echter veelal een zogenaamde netto-netto berekening gebruikt.  

Een simpele bruto.netto berekening ziet er als volgt uit:

























De uitkomsten hangen ook af van de wijze waarop de ADV is doorgevoerd. We kennen drie soorten.

Bruto ADV: de arbeidsduurverkorting wordt over het aantal bruto uren op jaarbasis berekend. Meestal is dat dan 52,18 weken x 40 uur = 2087 uur x % ADV

Netto ADV ; de arbeidsduurverkorting wordt over het netto aantal uren op jaarbasis berekend (dus 2087 uur – aantal vakantie dagen- aantal doorbetaalde feestdagen) x % ADV

Zuivere ADV: de arbeidsduurverkorting wordt over het aantal uren per week berekend. Dus 40 uur x % ADV.

Nieuwe tool:
Het team Arbeidstijden heeft een toot gemaakt om de bruto bezetting te berekenen. Het betreft nog een beta versie. We testen hem uit met een aantal kaderleden. De versie kun je hier downloaden (sorry voor alle reclames etc, maar mijn eerdere oplossing werkte niet, dus even hier door heen kijken. Je kan me ook mailen als je de spreadsheet rechtstreeks wil ontvangen).

We horen graag jullie commentaar, aanvullingen, vragen en suggesties voor verbeteringen: arbeidstijden@gmail.com

Bijgaand een instructie filmpje in de gebruikelijke eenvoudige stijl.


Het filmpje is ook hier te bekijken en te downloaden. De kwaliteit is dan beter dan de You Tube versie.

Disclaimer:
FNV Bondgenoten kan niet aansprakelijk worden gesteld voor enige schade, in welke vorm dan ook, die voortvloeit uit informatie op deze website. Evenmin kan FNV Bondgenoten aansprakelijk worden gesteld voor enige schade die voortvloeit uit het gebruik, het onvermogen tot gebruik of de resultaten van het gebruik van informatie op deze site.
Alle informatie, voorbeelden en suggesties zijn samengesteld en geschreven met uiterste zorgvuldigheid. We kunnen echter niet garanderen dat alle informatie juist is.
FNV Bondgenoten is aansprakelijk voor de inhoud van door bezoekers geplaatste reacties. Reacties worden enkel op risico van de schrijver geplaatst. FNV Bondgenoten kan niet instaan noch aansprakelijk gesteld worden voor de inhoud van reacties.


vrijdag 27 januari 2012

Slaapklachten bij ploegendienstwerkers.

Slaapproblemen komen vaak voor onder ploegendienstwerkers. De meeste “lichte”vorm is het gevoel van slaperigheid tijdens en vlak na de nachtdienst.  Slaapstoornissen in ploegendiensten worden uitgebreid onderzocht. De klachten zijn samengevat in een ziektebeeld met bijbehorende diagnostiek en behandeling.  Zo is in de “International Classification of Sleep Disorders” de slaapstoornis: Shift Work Sleep Disorder (SWSD) te vinden. Of op zijn Nederlands “ploegendienst gerelateerde slaapstoornissen”.

Deze aan ploegendienst gekoppeld stoornis laat zich beschrijven in 5 elementen:
1. Moeite hebben met het in slaap vallen.
2. Moeite hebben met het in slaap blijven.
3. Onvoldoende herstellend vermogen van de slaap gedurende minimaal 1 maand
4. Het moet betrekking hebben op een werkperiode die tijdens de gewoonlijke slaapfase plaats vindt
5. De slapeloosheid leidt tot prestatieverslechtering.

Hoe ontstaat slaap?
Slapen en wakker zijn worden door twee processen ingeregeld.
1. het zogenoemde “homeostatische” proces  houdt de verhouding bij tussen de tijd die we wakker zijn en de tijd dat we slapen. Het proces zoekt steeds naar een optimale balans tussen slapen en waken. Het proces creëert zogenaamde slaapdruk als we langer wakker zijn. Hoe groter de slaapdruk des te groter de neiging om in slaap te vallen. Slaapdruk neemt af als we slapen.
2. daarnaast speelt de biologische klok een grote rol in het wakker zijn en het (optimaal) functioneren. De biologische klok streeft ernaar dat we overdag wakker zijn en 's nachts slapen. Het ritme van deze klok reageert vooral op daglicht. Door blootstelling aan daglicht veroorzaakt de biologische klok zogenoemde “waakdruk”. Waakdruk neemt toe gedurende de ochtend en middag en neemt af gedurende de avond en nacht.

Slaap- en waakdruk moeten in synchroniteit zijn. In een goed slaap/waak ritme wisselen waak- en slaapdruk zich af. Als je ’s ochtends wakker wordt is de slaapdruk het laagst en veroorzaakt de biologische klok waakdruk. Naarmate de dag vordert en je langer wakker blijft neemt de slaapdruk toe, terwijl de waakdruk zakt. Aan het einde van de dag is de slaapdruk zo groot geworden dat je makkelijk in slaap valt en door kan slapen.

In ploegendienst lopen de variaties in slaap- en waakdruk niet meer goed synchroon. Als ploegendienst werkers de nachtdienst is men meestal al geruime tijd wakker. De slaapdruk is aan het begin van de nachtdienst zich al aan het opbouwen en neemt tijdens de nachtdienst alleen maar toe. Tijdens de nachtdienst genereert de biologische klok echter geen waakdruk. Er is immers geen daglicht. De slaapdruk in de nachtdienst wordt dus niet gecompenseerd door de waakdruk vanuit de biologische klok, met als gevolg toenemende slaperigheid en afnemend prestatievermogen naarmate de nachtdienst verstrijkt.

Slaapdruk en waakdruk kunnen gezien worden als twee tegengestelde sinusbewegingen die in goede synchroniteit op de juiste momenten alertheid c.q. slaperigheid inregelen. Door nachtdienst komen de sinusbewegingen echter steeds dichter over elkaar heen te liggen, met als gevolg verminderde alertheid tijdens de nachtdienst en problemen met in slaap vallen en door slapen na een nachtdienst.

Van invloed op slaap/waak ritme bij het werken in ploegendienst is o.a. de monotonie van het werk, de lichamelijke werkdruk en omgevingsfactoren zoals verschillen in temperatuur, trillingen, lawaai, werkposities. Nachtdienst moet met andere woorden gezien worden als een bezwarende arbeidsomstandigheid. Voorkomen moet worden dat daar andere zware arbeidsomstandigheden bovenop gestapeld worden. Daardoor nemen de klachten rond nachtarbeid alleen maar toe.


Leiden slaapproblemen tot veiligheids- gezondheidsproblemen?
Slaapproblemen onder ploegendienstwerkers worden op grote schaal onderzocht. Er is veel bekend over de veilgheids- en gezondheidsrisico’s.

Twee voorbeelden die direct met de veiligheid tijdens en na de nachtdienst te maken hebben.
-         Wat betreft de veiligheid blijkt dat ernstige slaperigheid tijdens het werk, gedefinieerd als de neiging om in slaap te vallen rond de 25% ligt. Het percentage verminderde alertheid ligt rond de 50%. Een voorzichtige schatting van het aantal werknemers in ploegendienst met ernstige vermindering van slaap of alertheid bedraagt dus meer dan 50%
-         Ernstige slaperigheid wordt bijvoorbeeld gerapporteerd bij 49% van de nachtdiensten en 20 procent van de vroege ochtenddiensten onder een grote groep treinmachinisten. Als de invloed van andere variabelen wordt uitgeschakeld blijkt dat het risico van ernstige slaperigheid zes tot veertien maal hoger in de nachtdienst en ongeveer twee maal zo hoog in de ochtenddienst in vergelijking met de dagdienst.

Ander onderzoek wijst uit dat een verstoorde of een te korte slaap niet alleen een voorbode is van ziekteverzuim of aan werk gerelateerde stress/burnout, maar ook van vele ziekten. Genoemd worden: zwaarlijvigheid en diabetes 2, hart- en vaatziekten, herseninfarcten, depressie en lichte psychiatrische klachten.

Hoe herken je slaapproblemen?
Voorspellers van slaapproblemen zijn:
1. minder lang/goed kunnen door slapen (slaapduur)
2. moeilijk in slaap kunnen vallen (slaaplatentie).
3. verstoorde verhouding tussen diepe herstellende slaap en dromen (slaapstructuur)
4. onbedwingbare slaapaanvallen (slaapneiging)
5. moeite hebben om wakker te blijven (slaperigheid)

En wat kun je er aan doen?
Er zijn diverse maatregelen mogelijk.

Kijk bijvoorbeeld eens aandachtig naar de roostersystematiek. De wijze waarop ochtend, middag en nachtdiensten elkaar opvolgen kan van invloed zijn op slaperigheid. Bij de zogenaamde achterwaartse rotatie (nacht/middag/ochtend) ontstaat een (te) korte rusttijd tussen een avonddienst en een ochtenddienst. Daardoor kan de slaapduur afnemen en het herstellend vermogen van de slaap onvoldoende worden. Ontwerp zoveel mogelijk roosters met een voorwaartse rotatie.

Ook het tijdstip van de ochtenddienst is een regelknop. Hoe vroeger de ochtenddienst, hoe korter de hoofdslaap. Mensen hebben per dag ongeveer 8 uur slaap nodig. Een (te) korte slaap beïnvloedt het herstellend vermogen van de slaap. Hou ook rekening met zogenaamde ochtend- en avondtypes. Ochtendmensen zijn ’s ochtends alerter en hebben een vroege piek in hun lichaamstemperatuur. Zij hebben vooral moeite met de nachtdienst. Avondmensen komen letterlijk later op gang. Daardoor ervaren zij vaak problemen met (vroege) ochtenddiensten. Denk na of er gevarieerd kan worden in de begin- en eindtijden zodat  ploegendienstwerkers zelf meer kunnen kiezen bij welke begintijd ze zich goed/minder slecht voelen.

Een ploegensysteem met minder opeenvolgende nachtdiensten heeft een zeer positief effect op de alertheid en prestaties van ploegendienstwerkers.

Tijdens de eerste nachtdienst kan de slaperigheid veel hoger zijn dan tijdens de tweede of derde nachtdienst vanwege de langere tijd die voorafgaand aan de nachtdienst wakend wordt doorgebracht. Een dutje (powernap) voor of tijdens de nachtdienst verbetert de alertheid aanzienlijk.

Naslagwerk: Licht op de Nacht brochure van FNV Bondgenoten


maandag 9 januari 2012

Nieuwe Licht op de Nacht Babbels.

Het heeft even geduurd maar het team Arbeidstijden heeft weer een aantal ploegendienstwerkers geïnterviewd met korte vragen over de gevolgen van het werken in ploegendienst en met name de nachtdienst. Bijgaand twee nieuwe afleveringen. In 2012 zijn weer enkele interessante artikelen gepland. Zo zullen we binnenkort ingaan op de mechanismen die de slaap en waak periode regelen en hoe deze overhoop gehaald worden door het werken in nachtdienst.



zaterdag 19 november 2011

Henk-in-de-Nacht afsluitende Babbel

Het zit erop. We praten na over zijn persoonlijke ervaringen, de verhalen van ploegenwerkers die al tientallen jaren in de nachtdienst werken en de toekomst van het vakbondsbeleid rond nachtarbeid.


Overigens, uit de alertheidstest is gebleken dat Henk aan het einde van de nachtdienst fors minder scoorde. Na zo'n 24 uur op de benen hebben gestaan, heeft Henk voor de veiligheid vervoer naar huis geregeld.

Henk-in-de-Nacht Babbel aflevering 2

Voorzitter Henk van de Kolk draait een nachtdienst mee. Tijdens zijn dienst wordt enkele malen een alertheidstest afgenomen. We praten kort voor de start van de dienst met Henk.


Geconcentreerd is Henk zijn test aan het invullen.

zaterdag 12 november 2011

Henk in de Nacht babbel aflevering 1

De voorzitter van FNV Bondgenoten - Henk van de Kolk - gaat binnenkort een nachtdienst meewerken in een brouwerij van Heineken. Zo krijgt hij uit de eerste hand ervaring hoe het is om nachtdiensten te draaien. We babbelen eens bij.

Aan de orde komen zijn voorbereidingen op de nachtdienst,  zijn verwachte alertheid tijdens de nachtdienst en over het woon-werk verkeer na de nachtdienst.



We zijn heel benieuwd naar de ervaringen met Henk in de nacht.

zondag 23 oktober 2011

Nachtarbeid heeft ernstige veiligheidsrisico's

Het werken in ploegendienst en vooral in roosters met nachtdiensten beschouwt FNV Bondgenoten als een bezwarende arbeidsomstandigheid welke belangrijke veiligheid en gezondheidsrisico's veroorzaakt
(Een Wordversie van dit artikel kunt U hier downloaden)

De veiligheidsrisico's hangen direct samen met afnemende alertheid door vermoeidheid.

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat vermoeidheid fundamenteel een biologisch/lichamelijk probleem is. Vermoeidheid en verminderde alertheid bij ploegendienstwerkers is een direct en onomkeerbaar gevolg van een lichamelijk proces, waar de werknemer zelf nauwelijks invloed op uit kan oefenen. Slaperigheid dwingt zich met andere woorden op. Een mens kan stoppen met eten en drinken tot de door erop volgt, maar stoppen met slapen is fysiologisch gezien niet mogelijk.

Er zijn meerdere factoren die de vermoeidheid en bijbehorende slaperigheid bij ploegendienstwerkers veroorzaken.

De belangrijkste factor is het tegennatuurlijke levensritme van de ploegenwerker. Men is actief tijdens de nacht, waarin het lichaam eigenlijk in een ruststand staat. Terwijl er geslapen moet worden terwijl de lichamelijke processen juist weer allemaal op starten en "aan" staan.
Ook de wisselingen in het rooster veroorzaakt een onregelmatig slaappatroon waardoor de kwaliteit van de rust afneemt. Het is dus niet alleen de nachtdienst, maar ook de afwisseling van ochtend, middag en nachtdiensten die vermoeidheid veroorzaken.
Ploegendienstwerkers slapen over het algemeen te kort, maar de kwaliteit van de slaap is ook aantoonbaar minder.

Vermoeidheid wordt vaak gezien als een geestelijke staat van zijn (ik voel me moe). Maar door vermoeidheid neemt de coördinatie en reactiesnelheid aantoonbaar af. De fysieke staat van zijn uit zich in een verminderd bewustzijn van de omgeving. Men is minder in staat om logisch na te denken, complexe situaties in te schatten, beslissingen te nemen en te communiceren. Opgebouwde vermoeidheid als gevolg van ploegendienst veroorzaakt met andere woorden veiligheidsrisico's tijdens en vlak na de (nacht)dienst.

Er is veel kennis aanwezig van de wijze waarop vermoeidheid zicht uit. Helaas kan vermoeidheid niet in het bloed of urine worden aangetoond, maar er zijn simpele testen die de GEVOLGEN van vermoeidheid in beeld brengen. Vermoeidheid leidt immers tot afnemende alertheid en alertheid kunnen we goed testen.

Een alertheidtest bestaat bijvoorbeeld uit een softwareprogramma dat het beeldscherm in tweeën deelt. Tijdens de test verschijnt er links of rechts een lichtpunt. Alleen als er in de rechterhelft een punt verschijnt moet de testpersoon op de muis klikken. De test levert twee belangrijke gegevens op als maat voor alertheid. Namelijk het aantal keren dat er fout wordt geklikt (als het lichtpuntje links verschijnt) en de snelheid waarmee geklikt wordt als het punt op de goede rechterhelft verschijnt.

Grote groepen ploegenwerkers zijn op deze wijze onderzocht. Hun alertheid is vergeleken met de testresultaten van personen die alcohol gedronken hebben. Uit onderzoek blijkt dan dat ploegenwerkers die meer dan 17 uur achter elkaar wakker zijn een alertheid hebben die vergeleken kan worden met de alertheid van iemand die (wettelijk maximaal toegestane) 0.5 promillage alcohol in zijn bloed heeft. 17 uur wakker zijn is geen uitzondering in ploegendienst. Dit effect treed onmiddellijk op. Al na de eerste nachtdienst. De gemeten alertheid neemt alleen maar af naarmate er meer nachten achter elkaar worden gewerkt.

In een ander onderzoek is gemeten hoeveel fouten en ongelukken er plaatsvinden tijdens de verschillende soorten diensten. Daaruit blijkt dat er tijdens de nachtdienst 32% meer risico is ten opzichte van de ochtend dienst. Ook hier blijkt het risico toe te nemen naarmate er meer nachten achter elkaar worden gewerkt.

Ook is het mogelijk om de alertheid te meten door ploegenwerkers te vragen hoe vermoeid ze zijn. Hier treedt echter ook een vertroebelend psychologisch proces op. Het zelfbeeld van de eigen vermoeidheid komt niet altijd goed overeen met de gemeten alertheid. Te vergelijken met de chauffeur die na enkele biertjes nog best vind dat hij naar huis kan rijden.

Samenvattend kan op basis van wetenschappelijk onderzoek de veiligheidsrisico's verbonden aan het werken in nachtdienst overtuigend bewezen worden. Veiligheid is in zowel het belang van de werknemer als de werkgever. Fouten kunnen immers ook leiden tot kwaliteitsvermindering van de productie. Het is van groot belang dit risico te erkennen en te onderzoek door bijvoorbeeld de verplichte RI&E. En veiligheid is ook een persoonlijk en maatschappelijk belang. Veel ploegenwerknemers stappen met een verlaagde alertheid als gevolg slaperigheid na de nachtdienst inde auto om naar huis te rijden.

Er zijn verschillende manieren om het veiligheidsrisico van de nachtdienst te beheersen of zelfs te beperken.
1. begin met het meten van de alertheid. Er is slimme software beschikbaar die de afname van de alertheid tijdens de nachtdienst voorspelt.

 2. neem maatregelen om de alertheid tijdens de nachtdienst te verbeteren. Er zijn diverse mogelijkheden:
  • creëer de mogelijkheid EN de cultuur om tijdens de nachtdienst een korte powernap te nemen. Een korte slaap (niet langer dan 20 minuten) verhoogd de alertheid aanzienlijk. Richt daarvoor een aparte ruimte in en een goede slaapvoorziening en geeft toestemming om onder werktijd te slapen. Maak vooral duidelijk dat dit in het belang van de veiligheid is en dus juist een goede strategie die door het bedrijf gewaardeerd wordt. 
  • geef voorlichting en biedt mogelijkheden voor aangepaste voeding tijdens de nachtdienst. Uit onderzoek blijkt dat een andere samenstelling van de voeding TIJDENS de nachtdienst (meer eiwitten, minder koolhydraten en een andere planning wanneer je wat eet) de alertheid aanzienlijk, tot wel 25% kan verbeteren. 
  • verbeter de arbeidsomstandigheden waaronder gewerkt wordt. Denk aan het klimaat maar ook de werkdruk. Voorkom dat bovenop de bezwaren arbeidsomstandigheid NACHTDIENST andere belasting wordt gestapeld. 
  • vermijd overwerk. Overwerken in ploegendiensten met nachtarbeid versterkt de kans op vermoeidheid en daarmee samenhangende veiligheidsrisico's. 
  • probeer het aandeel nachtarbeid in roosters terug te dringen. Analyseer of alle werkzaamheden tijdens de nacht wel nodig zijn. 
  • zorg voor een optimale bezetting tijdens de nacht. Hoewel paradoxaal, is het wellicht verstandig om met meer mensen tijdens de nacht te werken. Zodoende ontstaat ruimte voor extra rust, maar ook extra toezicht en ondersteuning bij het voorkomen van fouten en ongevallen. 
3. Hou het bestaande veiligheidsprotocol bij fouten en ongevallen tegen het licht. Er zijn nauwelijks voorbeelden van bedrijven die hun bestaande protocol aanpassen op de bijzondere arbeidsomstandigheden tijdens de nachtdienst. Bedrijfsongevallen met rampzalige gevolgen worden in verband gebracht met vermoeidheid als gevolg van nachtdiensten. Het ongeval met de kerncentrale in Chernobyl vond bijvoorbeeld plaats om 01:23 uur.

 4, Verbeter de mogelijkheden om middels bedrijfsvervoer na de nachtdienst naar huis te vertrekken. Uit onderzoek blijkt dat nachtwerkers die na de nachtdienst naar huis rijden een grotere kans lopen op ongelukken als gevolg van vermoeidheid.

Uitgebreide documentatie kunt u vinden in onze publicatie Licht op de Nacht.
(Downloaden op FNV Bondgenoten)