vrijdag 5 oktober 2012


Drieploegenroosters

Standaard drieploegenroosters  behoren zonder twijfel tot de zwaardere roosters ( zo niet het zwaarste) die in de Nederlandse industrie wordt toegepast.  Coen van Limborgh is arbeidstijden adviseur van het bureau Syntro. Aan de hand van een aantal voorbeelden van diverse soorten drie ploegendienst roosters voeren we een kort vraaggesprek.

Drie ploegendienst achterwaarts roterend.
Veelal kent het rooster ken een heel star patroon van steeds vijf gelijksoortige diensten op de doordeweekse dagen en vrije weekends.  Extra zwaar wordt een drieploegendienst dat achterwaarts roteert, van laat naar vroeg naar nacht. Achterwaartse rotatie vormt een extra belasting voor de biologische ritmiek.
De bedrijfstijd die door het rooster wordt gedekt bedraagt 120 uur per week en de arbeidsduur volgens rooster bedraagt 40 uur per week. De ADV-dagen worden in de praktijk waarschijnlijk gebruikt voor vakantie, hetgeen betekent dat dit rooster in de praktijk veelal onverkort wordt gedraaid.
De vijf vroege diensten op rij vormen een acceptabele belasting, hoewel veel drieploegenwerkers de vroege week als zwaar ervaren. Daarop volgt de echt zware week met vijf nachtdiensten aaneen. Het weekend na deze nachtweek is in de praktijk een puur herstelweekend: de dag/nachtritmiek is hevig verstoord en op maandag beginnen de werknemers nog maar matig hersteld aan de volgende werkweek; een werkweek met late diensten. Hier zit het motief voor een achterwaartse rotatie: op maandagochtend om 05:00 de wekker laten aflopen is een regelrechte “killer”. Ook al weten we dat voorwaartse rotatie beter is da achterwaartse rotatie, het drieploegenrooster zit zo vol, dat achterwaarts roteren de voorkeur heeft.

planning
Ma
Di
Wo
Do
Vr
Za
Zo
Week 1
L
L
L
L
L
-
-
Week 2
V
V
V
V
V
-
-
Week 3
N
N
N
N
N
-
-
V= 06.00 – 14.00 
L = 14.00 – 22.00
N = 22.00 – 06.00
geplande arbeidstijd 40 u/w

Drieploegendienst voorwaarts roterend met een andere aanvangstijd..
De voorwaartse variant sluit in beginsel beter aan bij de biologische ritmiek. Een andere verbetering kan gevonden worden in het wijzigen van de wisseltijden naar 7/15/23 uur. De vroege week wordt hierdoor minder zwaar, maar het sociale nadeel van het rooster neemt toe. Bovendien is in dit rooster het “killer-effect”van het volle rooster te zien: op zaterdagochtend om zeven uur komt de werknemer uit de laatste nachtdienst, “gesloopt” door vijf nachten werken. De zaterdag is slaapdag, de medewerker slaapt na de laatste nachtdienst tot ongeveer 12 uur. Hij is daardoor ’s avonds zo moe dat hij gelijk met zijn partner in slaap valt. Zondag is een slechte dag, door de nog sterk verstoorde biologische klok, en op maandag loopt de wekker al om zes uur ’s morgens af om op tijd de vroege dienst te laten werken.

planning
Ma
Di
Wo
Do
Vr
Za
Zo
Week 1
V
V
V
V
V
-
-
Week 2
L
L
L
L
L
-
-
Week 3
N
N
N
N
N
-
-
V= 07.00 – 15.00, 30 min. pauze
L = 15.00 – 23.00, 30 min. pauze
N = 23.00 – 07.00, 30 min. pauze
geplande arbeidstijd 40 u/w


Beide drieploegenroosters kennen een vrij weekend dat op zaterdagmorgen begint. Als het druk is wordt waarschijnlijk op zaterdag in de vroege dienst overgewerkt, dan wordt een zesde vroege dienst aan de vroege week gekoppeld, hetgeen een extra lichamelijke en bioritme-belasting oplevert. In tegenstelling tot de tweeploegendienst is het in het drieploegenrooster niet mogelijk om een snellere rotatie te bewerkstelligen; op enig moment ontstaat dan immers een situatie waar een nachtdienst wordt gevolgd door een vroege dienst, en dat is niet reëel (en bovendien verboden dooe de Arbeidstijdenwet).

Drieploegenroosters zonder nachtdiensten
Een alternatief voor drieploegenrooster met nachtdienst zijn roosters gebaseerd op onderstaand principe: vroege en late diensten, waarbij ook in het weekend wordt gewerkt. In dit voorbeeld is uitgegaan van diensten van 9 uur. Per week wordt 36 uur gewerkt. Als het drukker is kunnen de diensten worden verlengd of kan eventueel een dienst op zondag worden gedraaid, bijvoorbeeld een vroege dienst op zondag in week 2 of een late dienst op zondag in week 1 zoals in het voorbeeld eronder is afgebeeld. Zo kan elasticiteit in de inzet worden georganiseerd zonder ernstige verstoring van de biologische ritmiek.
Voorwaarde voor deze roosters is vanzelfsprekend dat het proces niet een lange aan-/aflooptijd kent.

planning
Ma
Di
Wo
Do
Vr
Za
Zo
Week 1
V
V
L
L
-
-
-
Week 2
L
L
-
-
V
V
-
Week 3
-
-
V
V
L
L
-
V= 06.00 – 15.00
L = 15.00 – 24.00
geplande arbeidstijd 36 u/w

planning
Ma
Di
Wo
Do
Vr
Za
Zo
Week 1
V
V
L
L
-
-
L
Week 2
L
L
-
-
V
V
V
Week 3
-
-
V
V
L
L
-
Geplande arbeidstijd 42 u/w (bij 9-urige diensten)



Interview met Coen van Limborgh werkzaam als adviseur bij Syntro.


  1. Zijn er cijfers hoeveel werknemers in Nederland in drieploegendiensten werken?
Voor zover ik weet wordt nergens centraal bijgehouden hoeveel werknemers in drieploegendienst werken. Uit CBS gegevens  weet ik dat ongeveer 9% van de beroepsbevolking werkt in een of andere vorm van ploegendienst, dat moet ruim een half miljoen werknemers zijn. Op basis daarvan denk ik dat het aantal werknemers in drieploegendienst zal liggen rond de 100.000.
  1. Hoe lang kunnen werknemers het werken in een drieploegendienst zonder schade volhouden? Welke klachten kun je krijgen van het werken in drie ploegendienst?
Voor mij is er geen twijfel dat de traditionele drieploegendienst een van de zwaarste, zo niet het zwaarste rooster is dat in de industrie op grote schaal wordt toegepast: 40 uur per week en steeds vijf diensten van dezelfde soort achter elkaar. Vijf vroege diensten in week 1, gevolgd door een week van vijf nachtdiensten. Ik vind dat wel heftig: vermoeidheid, een verstoord dag/nachtritme. En dat een half leven lang, dat is natuurlijk niet goed voor een mens. Slaapproblemen, maag-darmklachten,een verhoogde kans op hart- en vaatziekten, en een hoop chagrijn als het tegenzit. En toenemende problemen naarmate je ouder wordt, zonder twijfel.Toch kun je niet in zijn algemeenheid zeggen dat een loopbaan in drieploegendienst niet is vol te houden. Ik zie bijvoorbeeld bij bedrijfstijdverlenging naar de volcontinu dat echt niet iedereen staat te springen om van de drieploegendienst over te schakelen naar de vijfploegendienst.
  1. Is een drie ploegendienst wel veilig?
 Veiligheid is bij alle vormen van ploegendienst een issue, en dat ligt niet uitsluitend aan de nachtdienst. Ook bij de vroege dienst stap je meestal niet fit en uitgeslapen in de auto naar je werk, maar na de nachtdienst de ochtendspits inrijden, dat is dus een beetje als rijden met een paar borrels op. Je reactiesnelheid is dan echt minder.
  1. Waarom wordt er niet vaker gewerkt in een drieploegendienst zonder nachtdiensten?
Tja, een rooster met zeven dagen per week vroege en late diensten van 8½ uur levert een bedrijfstijd op van 119 uur per week en een rooster van 39,7 uur per week gemiddeld. Alleen moet je dan wel twee van de drie weekends werken, en weekendwerk, dat is meestal toch iets waar drieploegenwerkers zich echt niet op verheugen. Je kunt ook denken aan een rooster met 9-uurs vroege en late diensten maandag t/m zaterdag. Alle zondagen vrij, 36 uur per week.
We leggen toch met zijn allen veel gewicht op het vrije weekend en minder op de nachtdienst, ook in toeslagsystemen trouwens. Kennelijk kies je toch liever voor het sociale en gezinsleven dan voor je gezondheid.
  1. Gezien de effecten op de veiligheid en gezondheid, is het niet noodzakelijk dat we stoppen met het werken in de traditionele drieploegendiensten en is dat ook haalbaar volgens jou?
De keuze voor een bepaalde bedrijfstijd en rooster moet natuurlijk passen bij het werkproces in een organisatie. Als je bij het opstarten/staken van de productie te maken hebt met aan- en afloopverliezen, dan is het natuurlijk handiger om 5x24 uur aaneen te produceren dan 7x17 uur en iedere dat de aan- en afloopverliezen te moeten nemen.
Ik denk niet dat stoppen met de traditionele drieploegendienst haalbaar is, ik heb ook afgeleerd om daarin een soort zendelingenrol te willen vervullen. Wel geloof ik dat het altijd goed is om na te denken over optimalisatiemogelijkheden, zowel vanuit bedrijfsvoeringsoverwegingen als vanuit wat ik maar noem overwegingen van diversiteit: niet iedereen wil altijd hetzelfde. Je kunt als werkgever die diversiteit ook benutten door verschillende roostervarianten te stapelen, waardoor je misschien ook je bezetting wel mooier kunt laten aansluiten op je werkproces: diversiteit in werktijden betekent ook maatwerk in ploegendiensten!


Disclaimer:
FNV Bondgenoten kan niet aansprakelijk worden gesteld voor enige schade, in welke vorm dan ook, die voortvloeit uit informatie op deze website. Evenmin kan FNV Bondgenoten aansprakelijk worden gesteld voor enige schade die voortvloeit uit het gebruik, het onvermogen tot gebruik of de resultaten van het gebruik van informatie op deze site.
Alle informatie, voorbeelden en suggesties zijn samengesteld en geschreven met uiterste zorgvuldigheid. We kunnen echter niet garanderen dat alle informatie juist is.
FNV Bondgenoten is aansprakelijk voor de inhoud van door bezoekers geplaatste reacties. Reacties worden enkel op risico van de schrijver geplaatst. FNV Bondgenoten kan niet instaan noch aansprakelijk gesteld worden voor de inhoud van reacties.




vrijdag 24 augustus 2012

Inzoomen op Plus-Min Roosters.


De laatste jaren worden er in veel bedrijven flexregelingen afgesproken. Ze krijgen namen als flexbankregeling, jaarurenregeling, plus/minurenregeling ect.. De economische crisis lijkt de behoefte aan dergelijke flexregelingen alleen maar verder te hebben aangewakkerd.


Slimmer Werken/Plus-Min roosters

Slimmer Werken vertaalt zich in roosters waarin de werktijd wordt verlengd tijdens perioden met een hoge werklast. De vaste personeelsbezetting is dan volgens rooster vaker en/of langer aanwezig. Aan de andere kant wordt de werktijd verlaagd tijdens een vermindering van de werklast.

Slimmer Werkenroosters verdelen de vaste personeelsbezetting beter over de variatie in werklast. Overwerken en de inzet van uitzendkrachten tijdens drukke perioden is minder noodzakelijk. De gemiddelde arbeidsduur blijft wel op hetzelfde niveau als voorheen.

De gemiddelde arbeidsduur wordt veelal op jaarbasis berekend. Dat kan op verschillende manieren:
-          Via een jaarurennorm, dus door het aantal uren dat de fulltime werknemer op jaarbasis werkt vast te leggen.
-          Via een plus-minurensysteem, dus door over een langere periode (meestal een jaar) de meer en minder dan de normale wekelijkse arbeidsduur gewerkte uren bij te houden en tegen elkaar weg te strepen. Er zijn vele varianten. Systemen verschillen in hoe lang een saldo mag blijven staan of hoeveel plus-/minuren opgebouwd mogen worden. Vaak zijn in de cao al mogelijkheden opgenomen om plus- en minurenregelingen op bedrijfsniveau uit te werken. Een waarschuwing is op z’n plaats: een plus-/minurenregeling kan  in de praktijk gebruikt worden om te besparen op de kosten voor overuren. Extra gewerkte uren zijn overuren, maar worden nu plusuren. De overurentoeslag of toeslag voor afwijkend werk mag daarbij niet verdwijnen!
-          Via een combinatie van beide.

Waarom wil de werkgever dit?
Slimmer Werken/Plus-Min roosters hebben een positief effect op de kosten. Eigenlijk is het heel simpel. De bezetting wordt beter afgestemd op de pieken en dalen. Daarmee verdwijnen overuren en leegloopuren. Met name het afbouwen van leegloopuren levert geld op! De werkgever maakt dan geen kosten meer voor werknemers die wel aanwezig zijn maar eigenlijk te weinig werk hebben. Ook de afbouw van het aantal overuren is natuurlijk zeer aantrekkelijk voor de werkgever.

Waarom wil de werknemer dit?
Tja, meestal zijn er heel weinig voordelen te ontdekken in slimmer Werken/Plus-min roosters. Harder (en meer) werken tijdens drukke en rustige perioden, verlies van overurentoeslag, meer onregelmatigheid in het rooster, verlies van werkgelegenheid omdat het bedrijf dezelfde bedrijfstijd met minder mensen kan afdekken.

Door een goed gerichte strategie kunnen echter wel voordelen binnen gehaald worden.

Doe een voorstudie naar de eisen en wensen van werknemers!
In de ontwerpfase van Slimmer Werken/ Plus-Min roosters is een voorstudie naar de oordelen, knelpunten, eisen en wensen van werknemers ten aanzien van hun werktijden en de optimale combinatie van werk en privé, van groot belang. Te vaak wordt bij het ontwerpen van roosteralternatieven alleen gekeken naar de belangen van de werkgever. Door middel van een voorstudie kunnen de eisen en wensen van werknemers scherp in kaart gebracht worden en als gelijkwaardig belang bij het ontwerpen van een rooster worden betrokken. Deze voorstudie wordt gelijktijdig met de werklastanalyse uitgevoerd. Beide liggen aan de basis voor het ontwerpen van een nieuw rooster.

Voorwaarden bij Slimmer Werken/ Plus-Min roosters:
A.     Maak afspraken over de zeggenschap van werknemers over hun werktijden. De nieuwe roosters kunnen voor werknemers een kans zijn om werk en privé beter op elkaar af te stemmen. Werkgevers zien dit vaak niet als prioriteit. Als werknemers zelf ook invloed kunnen hebben op de momenten waarop gewerkt wordt, voelt de werkgever dit meestal als een verlies. De beschikbaarheid van de werknemer wordt bij uitbreiding van zeggenschap immers beperkt. Zie voor uitwerking hiervan de volgende paragraaf.
B.     De werktijden dienen altijd via vooraf afgesproken roosters te worden vormgegeven, zodat duidelijk is waarvan afgeweken wordt en welke grenzen vervolgens van toepassing zijn. Vooraf moet dus duidelijk zijn hoe er in piekperiodes wordt gewerkt, en hoe in dalperiodes. Or en pvt hebben instemmingsrecht op deze roosters. Het mag dus niet door ad hoc maatregelen en afspraken.
C.     Maak afspraken over de bandbreedte waarbinnen de maximale en minimale werkweek zich moet bewegen. Er zijn diverse voorbeelden denkbaar:
-          Maximaal 45 uur per week gedurende maximaal 13 weken per jaar.
-          Gedurende één aaneengesloten periode van 13 weken per jaar mag de gemiddelde werkweek stijgen. In dit model gelden de volgende grenzen:
o    voor 2- en 3-ploegendiensten maximaal gemiddeld 40 uur per week;
o    voor 5-ploegendiensten gemiddeld maximaal 36 uur per week;
-          Gedurende een totaal van 13 weken per jaar extra diensten boven rooster invullen. Per week niet meer dan 1 dienst extra, aansluitend aan een reeks. Het inplannen van een extra nachtdienst is niet toegestaan.
-          Compensatie van te veel gewerkte uren volgens een voorkeur:
1.   direct volgend na lange werkweken;
2.   binnen de cyclus van het rooster;
3.   in ieder geval binnen 13 weken.
-          Een week langer gewerkt dan normaal, dan onmiddellijk compenseren met een kortere werkweek. Of als er een aantal weken langer is gewerkt onmiddellijk compenseren met een periode waarin er gemiddeld minder wordt gewerkt.
-          Per 13 weken altijd gemiddeld 38 uur werken.
-          Maximale werktijd 45 uur per week, minimale werktijd 32 uur per week. Gemiddeld op jaarbasis 38 uur
D.     Spreek ergonomische en sociale roostervuistregels af voor het inroosteren van plus- en minuren. Bijvoorbeeld:
-          maximaal 4 nachtdiensten aaneengesloten;
-          geen uitbreiding van de bedrijfstijd in de nacht als dat betekent dat mensen meer nachtdiensten moeten gaan werken. In zulke gevallen overschakelen naar meer personeel of een extra ploeg;
-          uitbreiding van de bedrijfstijd in het weekend beperken en met zo min mogelijk negatieve gevolgen voor de werknemers. Extra gewerkt in het weekend dan bijvoorbeeld compenseren door een extra vrije weekenddag.
E.      Roosterwijziging ruimschoots (liefst 28 dagen) van tevoren bekend maken.
F.      Vast periodeloon (waaronder inkomen bij ziekte en vakantie).
G.     Heldere systematiek waarmee plus- en minuren verrekend worden Een eenvoudig systeem met enkel de mogelijkheid van een positief urensaldo, verdient de voorkeur. Een negatief urensaldo is dan altijd voor rekening van de werkgever.
H.     Goede registratie van min- en meeruren, met het recht van de werknemer op inzage te allen tijde, en regelmatig overzicht van de saldo voor bond en/of OR/PVT.
I.        Maak een afspraak over de periode waarover afrekening van plus-/minuren plaatsvindt. Bij voorkeur per kwartaal, maar minimaal één keer afrekenen per jaar. Er is dan feitelijk sprake van een jaarurennorm . Soms wordt dan afgesproken dat een aantal plusuren meegenomen kan worden in de volgende periode. Daar zijn we niet voor. Minuren zijn altijd het leegloop risico van de werkgever.
J.       Het is niet verstandig om ADV-/roostervrije uren in het saldo in te brengen. Daarvoor zijn deze uren niet bedoeld. Werknemers kunnen bovendien de zeggenschap over de opname van deze dagen verliezen.
K.    Heldere definitie van overwerk. Overwerk is te definiëren als werken boven het aantal uren volgens rooster (dat kan dus een rooster met meer uren zijn of met minder uren); of als uren boven een vaststaand aantal per week. Bedenk dat een andere definitie van overwerk ten koste kan gaan het recht op toeslag voor overwerk of afwijkende werktijd in situaties waarin dat recht er voorheen wel was. In dat geval moet daar dus een compensatie voor afgesproken worden.
L.      Het systeem heeft geen effect op de opbouw van vakantie. Bij de opname van vakantie wordt het aantal uren afgeboekt dat volgens rooster op die dag zou worden gewerkt. Als de piek in de zomerperiode valt is dat ongunstig voor de werknemers, immers zij zullen in de regel meer uren van hun vakantietegoed moeten afschrijven. Dit kan reden zijn om ook hiervoor een stukje compensatie te vragen. Voorbeeld: 3 weken vakantie opnemen in een 5x9 periode betekent 15 uur extra vakantie-uren afschrijven. Dan is 5 tot 10 uur compensatie te rechtvaardigen, immers eventuele voordeel in  dalperiode van max. 10 uur zijn, uitgaande van 25 vakantiedagen.
M.   Bij ziekte moet het systeem neutraal uitwerken. Dat betekent dat tijdens ziekte geen uren van de urenbank worden opgebouwd of afgeschreven
N.    Spreek uitzonderingsbepalingen af voor ouderen en werknemers die vanwege lichamelijke of sociale (werk en privé) redenen niet mee kunnen in het flexibele systeem: vrijstelling of vrijwilligheid.   
O.    Extra flexibiliteit van de werktijd van werknemers moet ook ten voordele van de mensen komen. Bijvoorbeeld door korter te gaan werken. Uitgangspunt is dat minimaal de eventuele gevolgen voor de overwerkvergoeding worden gerepareerd of gecompenseerd. Maar de verdiensten voor de werkgever, vooral gelegen in het verminderen van leegloop, zijn veel groter. Dus is er onderhandelingsruimte t.b.v. de voordelen voor werknemers. Dat kan in verschillende vormen worden gegoten. Zie verderop in dit stuk.
P.      Spreek een proefperiode af van een half jaar of een jaar, waarna het systeem wordt geëvalueerd en zonodig wordt bijgesteld. Zorg ervoor dat de afspraak zo is gemaakt dat het systeem stopt tenzij verlenging wordt overeengekomen.
Q.    Let op sluipende bedrijfstijdverlenging (dat is het geval bij almaar stijgend aantal plusuren). In dat geval moet worden overgegaan op een ‘hoger’ ploegendienstrooster.

Basisvoorwaarden voor Succes.
De analyse van het werkaanbod, de regels waarbinnen de roosters ontwikkeld mogen worden én de kwaliteit van het arbeidstijdenmanagement zijn basisvoorwaarden. Zij bepalen de speelruimte in het bedrijf. Bedrijven met een zwakke reputatie op dit gebied zijn eigenlijk niet geschikt voor Slimmer Werkenroosters. De speelruimte voor flexibele roosters moet dan zo beperkt mogelijk worden gemaakt.
Bij Slimmer Werken moet altijd worden afgewogen hoe de variërende bedrijfstijd anders kan worden opgevangen dan door de roosters te variëren. Denk daarbij aan: extra mensen in dienst, combineren van verschillende soorten ploegendiensten en/of inzetten van deeltijdcontracten, technologische aanpassingen (bijvoorbeeld inbouwen van buffers om slappe en drukke tijden op te vangen, et cetera.).

Nogmaals, een goed arbeidstijdenmanagement is onontbeerlijk om bij Slimmer Werkenprocessen een passend rooster te ontwerpen dat voldoet aan de moderne ergonomische en sociale eisen. Er moet eerst op bedrijfsniveau worden overlegd voordat wordt overgegaan op het toepassen van een plus-/minurenregeling.
Flexibiliteit kan immers op meer manieren worden opgevangen. Overwerk is een eenvoudige methode. Een aanpassing van het reguliere rooster kan soms al voldoende bijdragen. Zaken die aan de orde moeten komen zijn bijvoorbeeld:
-          analyse werkaanbod;
-          inventarisatie wensen en voorkeuren werknemers;
-          vaststellen bezettingseisen;
-          vaststellen bruto/netto en reservebezetting;
-          roosterontwerp;
-          collectieve en individuele zeggenschap over het rooster.


Disclaimer:
FNV Bondgenoten kan niet aansprakelijk worden gesteld voor enige schade, in welke vorm dan ook, die voortvloeit uit informatie op deze website. Evenmin kan FNV Bondgenoten aansprakelijk worden gesteld voor enige schade die voortvloeit uit het gebruik, het onvermogen tot gebruik of de resultaten van het gebruik van informatie op deze site.
Alle informatie, voorbeelden en suggesties zijn samengesteld en geschreven met uiterste zorgvuldigheid. We kunnen echter niet garanderen dat alle informatie juist is.
FNV Bondgenoten is aansprakelijk voor de inhoud van door bezoekers geplaatste reacties. Reacties worden enkel op risico van de schrijver geplaatst. FNV Bondgenoten kan niet instaan noch aansprakelijk gesteld worden voor de inhoud van reacties.

dinsdag 26 juni 2012

IN DE NACHT IS DE KANTINE DICHT.

Goed en verstandig eten tijdens de nachtdienst is van groot belang. Nachtwerkers hebben last van afnemende alertheid door slaperigheid. En ze lopen meer risico op gezondheidsklachten zoals overgewicht en diabetes 2. Goede voeding tijdens de nacht kan beide problemen verminderen. Uit een steekproef onder nachtwerkers blijkt echter dat bijna driekwart van de kantines in Nederlandse bedrijven ’s nachts dicht is. Een basisvoorwaarde om gezond en goed tijdens de nacht te eten ontbreekt dus in de meeste bedrijven.

Wat is het probleem?
Het menselijk bioritme is ingericht op activiteit tijdens de dag en rust tijdens de nacht. Dit ritme zien we terug in allerlei fysiologische processen en wordt vooral aangestuurd door blootstelling aan daglicht. De hartslag en lichaamstemperatuur is tijdens de nacht lager. Allerlei processen die te maken hebben met spijsvertering staan in de nachtdienst op een laag pitje.

De verstoring van het bioritme heeft onmiddellijke gevolgen voor de veiligheid tijdens de nachtdienst. Uit testen blijkt keer op keer dat de alertheid van nachtwerkers lager is dan tijdens de dagdienst. Er is zelfs een aanzienlijk dip rond 3, 4 uur ’s nachts. De alertheid van een nachtwerker die zijn eerste nachtdienst beëindigt is te vergelijken met de alertheid van iemand die 3 tot 4 glazen bier heeft gedronken.

Langdurig in nachtdienst werken veroorzaakt bovendien ernstige gezondheidproblemen. Nachtwerkers eten op momenten dat de spijsvertering nagenoeg stil ligt. Bovendien wordt zelden de samenstelling van de voeding aangepast op het dienstrooster of worden er ronduit ongezonde maaltijden genuttigd. Meer dan de helft van de ploegendienstwerkers kampt met overgewicht tegenover ongeveer een derde bij hun dagdienstcollega’s.

Wat is de oplossing?
Door middel van een andere samenstelling van de voeding tijdens de nacht én een uitgekiende strategie wanneer je wat eet, zijn zowel de alertheid als de gezondheidsklachten te verbeteren. De aanpak is heel simpel; tijdens het begin van de nachtdiensten eet je vooral eiwitten en aan het einde van de dienst kunnen meer koolhydraten gegeten worden. Met andere woorden: vooral verse soep, salades zonder koolhydraten (geen pasta of aardappelen) en eventueel koolhydratenarm brood. En niet al teveel koffie of energiedranken omdat daarmee het inslapen na de nachtdienst slechter gaat.

Onderzoek naar kantine faciliteiten.
FNV Bondgenoten heeft in een korte internetenquête onderzocht hoe het staat met de huidige kantine faciliteiten en het aangeboden voedsel tijdens de nacht. De resultaten zijn verontrustend. Kantines zijn voor het merendeel dicht tijdens de nacht en het weekend. En als er voeding beschikbaar wordt gesteld, dan is deze slecht afgestemd op de bijzondere omstandigheden van de nachtdienst.

In het onderzoek hebben 169 mensen een korte enquête ingevuld, De meesten werken in de proces- en voedingsindustrie in de metalektro en het personenvervoer. Bij 90% van de deelnemende bedrijven is er een bedrijfskantine. Maar driekwart van deze kantines zijn na 20:00 uur gesloten en gaan pas weer open rond 10:00 uur de volgende dag. Tweederde van de kantines is ook dicht tijdens de weekenddiensten.

Tijdens de nachtdienst biedt een klein deel van de bedrijven avond- of afhaalmaaltijden aan. Slechts in 18% van de deelnemende bedrijven is dit het geval. Veelal betreft het dan maaltijden met aardappelen, groenten, vlees en/of pasta’s.


In de bedrijven waar geen kantinefaciliteiten aanwezig zijn, nemen nachtwerkers vooral brood (96%) en fruit (67%) mee van huis.

Positief is dat een groot deel van de bedrijven wel een automaat heeft staan met etenswaren. In meer dan 85% van de deelnemende bedrijven staat zo’n apparaat. Het aanbod is echter totaal niet afgestemd op het verstoorde bioritme van de nachtwerker.


Belangrijkste conclusie.
Deze kleine enquête bevestigt wat we al weten uit onze dagelijkse gesprekken met nachtwerkers over hun arbeidsomstandigheden. Er valt nog heel wat de verbeteren in de Nederlandse bedrijfskantine.

Wat te doen? Een kantine protocol afspreken!
FNV Bondgenoten stelt voor om in bedrijven met nachtdiensten werk te maken van de kantinefaciliteiten. Vakbondskadergroepen en ondernemingsraden kunnen daarvoor een eenvoudig protocol gebruiken en afspreken met de werkgever.
  1. De werkgever stelt bij voorkeur de bedrijfskantine tijdens het nachtvenster open maar draagt minimaal zorg voor het aanbieden van kantinefaciliteiten om gezond en slim te eten tijdens de nachtdienst.
  2. De werkgever licht de nachtwerkers voor over de risico’s van het werken in de nacht en verspreidt kennis hoe gezonde en slimme voeding tijdens de nacht kan bijdragen aan een betere alertheid en een gezondere levensstijl.
  3. De werkgever biedt gezonde en slimme voeding tijdens de nacht aan. Verse soep, salades en koolhydratenarm brood. Bij voorkeur gratis maar in ieder geval goedkoper dan andere maaltijden.

Uit onderzoek van o.a. dr. Alexander van Eekelen (consultant Circadian Nehterlands) in zes Nederlandse ziekenhuizen blijkt een verandering van het eetpatroon tijdens de nacht al zeer snel tot positieve effecten te leiden.

“De resultaten laten zien dat vanaf de conditie Blokje van twee nachtdiensten de vermoeidheid van medewerkers met aangepaste voeding in de nachtdienst significant – zo’n 10% – lager ligt ten opzichte van controlepersonen. Ook in de conditie Blokje van drie nachtdiensten is dit effect te zien waarbij de gemiddelde daling in vermoeidheid iets meer dan 16% bedraagt en deze in de derde nachtdienst kan oplopen tot meer dan 26%. Uit de effectmeting blijkt dat aangepaste voeding tijdens de nachtdienst een gunstig effect heeft op de kwaliteit van de dagslaap en enkele aspecten van gezondheid, zoals een vermindering in hoofdpijn- en vermoeidheidsklachten.”  

In het onderstaande filmpje licht Van Eekelen toe wat hij verwacht van een open bedrijfskantine.

Alle resultaten van de kantineenquête zijn hier te downloaden.

Disclaimer:
FNV Bondgenoten kan niet aansprakelijk worden gesteld voor enige schade, in welke vorm dan ook, die voortvloeit uit informatie op deze website. Evenmin kan FNV Bondgenoten aansprakelijk worden gesteld voor enige schade die voortvloeit uit het gebruik, het onvermogen tot gebruik of de resultaten van het gebruik van informatie op deze site.
Alle informatie, voorbeelden en suggesties zijn samengesteld en geschreven met uiterste zorgvuldigheid. We kunnen echter niet garanderen dat alle informatie juist is.
FNV Bondgenoten is aansprakelijk voor de inhoud van door bezoekers geplaatste reacties. Reacties worden enkel op risico van de schrijver geplaatst. FNV Bondgenoten kan niet instaan noch aansprakelijk gesteld worden voor de inhoud van reacties.





dinsdag 15 mei 2012


DE KLOKURENMATRIX: VOORDEEL OF NADEEL?

De financiële compensatie voor het werken in onregelmatige dienst kent twee vormen:
-          de vaste toeslag voor verschillende roostertypen;
-          de klokuren- of inconveniëntenmatrix, waarin elk uur van de dag gekoppeld is aan een toeslagpercentage.

De klokurenmatrix stijgt in populariteit. Eenmaal ingevoerd berekent de matrix voor elk rooster een toeslag.

De berekening:
De berekening is in principe eenvoudig en helder. Elk uur van de week krijgt een toeslag. De toeslag kan ook 0% zijn. De berekening vindt plaats over 1 roostercyclus. Voor alle aanwezigheidsuren wordt de toeslag in de matrixtabel opgezocht. Alle toeslagen worden bij elkaar opgeteld. En deze totale toeslag wordt gedeeld  door het totale aantal aanwezigheidsuren. Het resultaten is een gemiddelde toeslag per uur.

Voor rooster met een korte arbeidsduur – zoals een 5 ploegendienst – moet nog een correctie uitgevoerd worden.

Grote nadelen:
Het belangrijkste nadeel van een klokurenmatrix is juist dat het maar 1 element van onaangename roosters beloond. De matrix kent alleen een toeslag toe aan het werken op een vervelend tijdstip. Maar onregelmatige roosters kennen veel meer onaangename onderdelen:
-         mate van onregelmatigheid, bijvoorbeeld doordat er veel wisselingen in het rooster zitten.
-          mate van onvoorspelbaarheid, ingewikkelde maatwerkroosters kunnen soms een lange cyclus hebben. Het wordt dan moeilijker om te voorspellen wanneer je wel en niet moet werken en vervolgens je privé leven daarop in te regelen.
-         rotatierichting en de rotatiesnelheid kunnen roosters meer of minder zwaar maken.
-         de verdeling van de roostervrije tijd. Roosterergonomisch is het belangrijk dat roostervrije/hersteltijd goed en evenwichtig verspreid wordt over het roosters.

Een tweede nadeel komt voort uit de eenvoud van het systeem. Nieuwe roostervormen passen altijd in het klokurensysteem. Voorstellen voor bijvoorbeeld deeltijd in ploegendienst hoeven op het beloningsaspect niet uitonderhandeld te worden. Elke roosterwijziging levert vanzelf de bijbehorende beloning. Aparte onderhandelingen over een nieuwe toeslag voor nieuwe roosters zijn niet meer nodig. De klokurenmatrix geeft altijd een toeslag.
Dit betekent dat vakbond en OR een belangrijk machtsinstrument bij het onderhandelen over werktijden en roosters uit handen geven. Terwijl een nieuw rooster qua matrix misschien beter (en dus goedkoper) kan scoren maar in rotatie richting en snelheid en voorspelbaarheid juist slechter uit de verf komt. De matrix beloond maar 1 element. Onvrede over een “slecht” rooster en een te lage toeslag kan bij een matrix niet meer leiden tot nieuwe gesprekken over een andere beloning. De toeslag staat voor altijd en immer vast.

De invoering van een klokurenmatrix kan een belangrijke prikkel zijn om binnen korte termijn flexibele arbeidstijdpatronen te bedenken en in te voeren. Het is belangrijk om (de invoering van) de klokurenmatrix te koppelen aan afspraken over flexibilisering. De klokurenmatrix moet meer gezien gaan worden als sluitstuk van een regeling flexibele werktijden waarin afspraken over buitengrenzen, mogelijkheden en zeggenschap van werknemers om werktijden aan te passen aan pieken en dalen van het productieproces/de dienstverlening voorop staan.

En de klokurenmatrix kan juist voor werknemers een prikkel zijn om het duurste (en dus zwaarste) rooster te kiezen. De matrix kan leiden tot minder discussie over de ergonomische en sociale aspecten van een nieuw rooster. De matrix ‘koopt’ de onaangenaamheid van het rooster als het ware ‘beter’ af.

Tenslotte, de invoering en toepassing van een klokurenmatrix is niet zonder problemen. Vrijwel altijd gaat een (klein) deel van de werknemers er in toeslag op achteruit. Al betreft het maar een klein groepje mensen, toch leidt de invoering dan tot veel gemopper en gebrom onder onze leden en negatieve beeldvorming over FNV Bondgenoten. Er valt voor de bond eigenlijk weinig te “verdienen”bij de invoering van een matrix maar wel veel te verliezen.

Twee adviezen bij een mogelijke invoering:
Er zijn een paar oplossingen denkbaar als invoering onafwendbaar is:
1.         stel als uitgangspunt/voorwaarde dat bij invoering van een klokurenmatrix sprake moet zijn van een garantieregeling (in plaats van een afbouwregeling): men gaat er niet in inkomen op achteruit.
2.         neem de klokurenmatrix slechts als rekenmethode op in de cao, bijvoorbeeld in een bijlage en spreekt een andere procedure af voor het vaststellen van een toeslag bij een nieuw rooster: middels de matrix in de cao bijlage wordt een voorstel voor een roostertoeslag berekend. Dit voorstel wordt ingebracht in het overleg tussen bonden en werkgever. Gezamenlijk wordt de uiteindelijke toeslag vastgesteld, waarbij dus principieel ook afgeweken kan worden van het eerste voorstel. De onderhandelingen over toeslagen kunnen we delegeren naar kadergroep of ondernemingsraad.

Hoogte Toeslag:
Voor de toeslag voor het werken op onaangename uren en/of ploegendienst bestaan geen standaardformules. De invulling blijkt in de praktijk vooral afhankelijk van het onderhandelingsproces tussen sociale partners.
In de ene bedrijfstak wordt de gehele zaterdag beloond met hetzelfde percentage. In een andere sector wordt de toeslag aangepast vanaf zaterdag 13.00 uur. Het volgende bedrijf betaalt voor tweeploegendienst 14 procent terwijl de concurrent blijft steken op 12 procent.
Percentages zeggen bovendien niet alles. Het maakt bijvoorbeeld veel uit of de toeslag ook wordt betaald over de 13de maand en de vakantietoeslag of dat dit niet het geval is. De waarde van de toeslag wordt bovendien sterk bepaald door de arbeidsduur, opkomstdagen, de feestdagenregeling en het al dan niet doorberekenen van de ploegentoeslag in het pensioen.

In het algemeen zien we een oplopende beloning voor onaangename uren in de volgorde:
1.         Ma t/m vrij tussen 06.00 en 17.00 uur (geen extra beloning)
2.         Avonduren ma t/m vrij tussen 17.00 uur en 22.00 uur
3.         Nachturen ma t/m do tussen 22.00 en 06.00 uur
4.         Vrijdagnachturen tussen 22.00 en 06.00 uur
5.         Zaterdaguren eventueel gescheiden vanaf 13.00 uur
6.         Zondagsuren eventueel met een aangepast tarief voor de nacht van zondag op maandag.

Grenzen tussen de toeslaggebieden en de hoogte van de toeslagen worden bijna per matrix uitonderhandeld. De invulling hangt af van de machtsverhoudingen tussen sociale partners, de hoogte van toeslagen bij concurrenten en de beginsituatie bij invoering van de matrix.
Hieronder staat een inconveniëntenmatrix met in Nederland gangbare toeslagen.

Inconveniëntenmatrix
maandag
t/m vrijdag                  zaterdag                     zondag

00.00-06.00                130 tot 150%              140 tot 150%  circa 200%
06.00-13.00                100%
13.00-17.00                100%                          150 tot 200% 
17.00-22.00                120 tot 130%
22.00-24.00                130 tot 150% 

Hier kunnen jullie een excell programma downloaden om berekeningen voor een aantal standaardroosters uit te voeren. In het programma moet je nog zelf de toeslagen per uur invullen die voor je CAO gelden. Er is nu slechts een voorbeeld opgenomen van de toeslagen per uur. 

Disclaimer:
FNV Bondgenoten kan niet aansprakelijk worden gesteld voor enige schade, in welke vorm dan ook, die voortvloeit uit informatie op deze website. Evenmin kan FNV Bondgenoten aansprakelijk worden gesteld voor enige schade die voortvloeit uit het gebruik, het onvermogen tot gebruik of de resultaten van het gebruik van informatie op deze site.
Alle informatie, voorbeelden en suggesties zijn samengesteld en geschreven met uiterste zorgvuldigheid. We kunnen echter niet garanderen dat alle informatie juist is.
FNV Bondgenoten is aansprakelijk voor de inhoud van door bezoekers geplaatste reacties. Reacties worden enkel op risico van de schrijver geplaatst. FNV Bondgenoten kan niet instaan noch aansprakelijk gesteld worden voor de inhoud van reacties.

donderdag 19 april 2012

Slapen en powernappen tijdens de nachtdienst.

Deze week publiceerde de NOS een kort nieuwsartikel over een vlieg incident. Het bericht luidde:

Een piloot van Air Canada heeft zijn vliegtuig in het donker een duikvlucht laten maken omdat hij de planeet Venus aanzag voor een vliegtuig dat frontaal van boven op hem afkoerste. Zestien passagiers raakten lichtgewond toen het toestel een val van 120 meter richting de Atlantische Oceaan maakte. De piloot van de Boeing 767 had de controleknuppel in één klap naar voren geduwd, in de overtuiging dat hij alleen zo een botsing kon voorkomen.

Uit onderzoek blijkt dat de piloot, een jonge vader met chronisch slaaptekort, net wakker was na een dutje van 75 minuten, veel langer dan het maximum van 40 minuten dat piloten aan boord mogen slapen. Daardoor was hij in een diepe slaap geraakt en was hij gedesoriënteerd toen hij wakker werd.

De piloot deed een zogenaamde powernap, een korte dutje van 20 tot 30 minuten tijdens de dienst. Met name tijdens de nachtdienst kan een powernap een positieve invloed hebben op de alertheid van de nachtwerker, maar te lang slapen werkt averechts.

In dit artikel gaan we dieper in op een normale slaapcyclus, de verstoring daarvan door een nachtdienst of een vroege dienst en de mogelijkheden om via een powernap vermoeidheid tijdens ploegendiensten beter te managen.

Normale slaapcyclus:

Slapen bestaat uit een combinatie van diepe slaap en droom(REM)slaap. Een normale slaapcyclus bevat verschillende fasen. Het begin van de slaap karakteriseert zich door een diepe herstelslaap. Gedurende de nacht ga je steeds lichter slapen en treedt vaker een droom slaap op. Tijdens het dromen vertonen de hersenen grote activiteit. Grof gezegd is de eerste helft van een normale slaapcyclus vooral bedoeld om fysiek uit te rusten en de REM slaap om de “hersenen op te schonen”. Een normale slaapcyclus kan mooi in een zogenaamd hypnogram verbeeld worden.




De slaapcyclus van mensen die in de nacht werken is echter veelal verstoord. Doordat ze overdag moeten slapen en de biologische klok onder invloed van daglicht het lichaam dan juist aanzet tot activiteit, neemt de duur en kwaliteit van de slaap af. Nachtdienstwerkers slapen gemiddeld minder lang en minder diep tijdens de dagslaap.


Ochtend- en avondmensen in de ploegendienst:
Aan de hand van het hypnogram is ook uit te leggen waarom een kleine groep ploegendienstwerkers zegt veel meer last te hebben van een vroeg ochtenddienst (start om 06:00 uur of zelfs eerder) dan de nachtdienst. Dit is te verklaren door verschillen in het zogenaamde chronotype. Je hebt ochtend- en avond mensen. Hun biologische klok en bijbehorende pieken in bloeddruk, hartslag, temperatuur en bijvoorbeeld spijsvertering is bij ochtendmensen net iets anders afgesteld dan bij avondmensen. Veelal is hier sprake van een genetische aanleg. 

Slapen na een nachtdienst heeft vooral tot gevolg dat je minder diep in slaapt. De herstelslaap aan het begin van de slaapcyclus komt dan minder uit de verf. Slapen voor een vroege ochtenddienst daarentegen verstoort juist de laatste fase van een normale slaapcyclus (de REM slaap). Het lijkt erop dat avondmensen vooral last hebben van het verminderen van de REMslaap en dus meer moeite hebben met de vroege ochtenddienst. Hun ochtendtype collega’s hebben veel meer moeite met de verslechtering van de diepe herstel slaap aan het begin van de slaapcyclus. Zij vinden de nachtdienst de zwaarste dienst.

Verminderde alertheid.
Door de verstoring van de normale slaapcyclus raken ploegendienstwerkers sneller vermoeid dan hun dagdienstcollega’s. Dat uit zich vooral in slaperigheid tijdens de nachtdienst en verminderde alertheid. Dit effect treedt al op bij de eerste nachtdienst en stapelt zich op naarmate bij elke opeenvolgende nachtdienst. Reeksen van 4 of 5 nachtdiensten zijn dan ook zeer vermoeidheid en gevaarlijk.

Er is uitgebreid onderzoek verricht naar de veiligheidsrisico’s tijdens onregelmatige-/ploegendiensten. Zo blijkt onder andere dat het risico op fouten en ongevallen tijdens de avonddienst ten opzichte van de ochtenddienst met 18% verhoogd is. Dit loopt verder op in de nachtdienst. Hier blijkt een verhoging van 32%. Bovendien wordt het risico op fouten en ongevallen groter naarmate er meer nachtdiensten achter elkaar worden gewerkt. In een reeks van 4 nachtdiensten worden er in de vierde en laatste nachtdienst tot 38% meer fouten en ongevallen gemeten dan tijdens de eerste dienst van de reeks.
Diverse alertheidtesten meten allen hetzelfde patroon. De alertheid vertoont tijdens het nachtvenster een aanzienlijke dip, met een dieptepunt tussen 03:00 en  05:00 uur.

Powernap als antwoord op verminderde alertheid.
.
De acuut optredende vermoeidheid tijdens de nachtdienst is goed te bestrijden door het introduceren van een powernap tijdens de dienst.  Een powernap bestaat uit een korte slaap van maximaal 20 minuten tijdens de nachtdienst. Een strategische geplande powernap kan de alertheid tijdens de dienst aanzienlijk verhogen. Op de markt is software beschikbaar die werknemers helpt om een powernap te plannen. Op basis van het individuele roosters, individuele kenmerken zoals chronotype, leeftijd en slaapgewoonten voorspelt het programma Circadian Alertness Simulator (CAS) bijvoorbeeld de momenten waarop verminderde alertheid tijdens de nachtdienst zal optreden en een powernap gepland kan worden.

Het succes van een powernap is afhankelijk van een aantal voorwaarden:
-          Geschikte ruimte en faciliteit. Een powernap slaagt in een geluiddichte en verduisterde ruimte in een daarop aangepast stoel of bed.
-          Niet langer dan 20 tot maximaal 30 minuten slapen. Zodoende wordt voorkomen dat de powernap overgaat in een normale slaapcyclus en in diepe slaap valt. Werknemers die uit een diepe slaap wakker worden ervaren juist grotere alertheidproblemen.
-          Daarmee samenhangend een adequaat weksysteem. Niet alleen gaat het dan om het wakker maken nar 20 minuten maar ook om de onmiddellijke blootstelling aan fel licht. Dit bevordert de alertheid na de powernap.
-          En wellicht de belangrijkste factor, bewerkstellig een cultuurverandering; slapen op de werkplek mag of moet zelfs van de baas.


Het software prgramma CAS is ontwikkeld door Circadian. DirecteurSander van Eekelen geeft in onderstaand filmpje een toelichting over het belang van een powernap.